Klik op het + teken om te openen

SINTERKLAAS HEREN 2, 1981

UIT DE OUDE DOOS: SINTERKLAAS HEREN 2, 1981

( In die tijd vierde Heren 2 jaarlijks gezamenlijk Sinterklaas met een surprise en een rijm. Hiervolgend gedicht is geschreven voor Hennie en Ton door Frank Lansbergen die, aangezien Toby en Terry nog geboren moesten worden, een zeer vooruitziende blik had. Zijn gedicht ging vergezeld van een mini=handbalveldje)

“Beste Ton en Hennie en Tim, Tem, Tom, Tum, Tam, Toem en Tuim Zuijderwijk

De Sint had pas een helder moment.
Het 1ste team van Westlandia beschikt over 20 jaar over veel talent
En daarbij komt nog een heel opvallend ding
Het team is geheel zelf-supporting
De trainer/coach is ene rondbuikige kale T. Zuijderwijk
En de masseuse/begeleidster is mama H. Zuijderwijk

Ja dit had niemand verwacht
Samen hebben zij een heel team op de been gebracht
Het is er gezellig, nooit hoor je er iemand katten
Maar hun techniek en tactiek is voor niemand te vatten

TIM is de oudste van het stel
En is dan ook de leider van het spel
Wekelijks kun je hem hard zien lopen
Hij zal dan ook geen training ontlopen

TEM betekent voor het team veel souplesse en kracht
Op hem is dan ook lang en vurig gewacht
Hij is als een gymnastiekleraar in het veld
De goede beweging is voor hem het enige wat telt

TOM is de schrijver van het team
Je kan hem altijd met pen en papier zien
Hij houdt de stand bij en zorgt voor prachtige verslagen
De redactie heeft dan ook geen reden tot klagen

TUM ging na lang aandringen in het doel staan
Maar ja, daar heeft hij het nu altijd gedaan
Want hoewel ze door mama Zuijderwijk achter hun broek worden gezeten
Wil het hele stel niets van verdedigen weten

TAM houdt ontzettend veel van muziek
Hij maakt van dit team een echte kliek
Hij zorgt een paar keer per jaar voor een hoop tamtam
Maakt iedereen enthousiast voor een nieuw feestprogram

TOEM eet van twee walletjes
Hij verrast elke keeper met zijn onderhandse balletjes
En ook op de bowlingbaan wordt hij kampioen
Dan geeft hij de kegels flink van katoen

TUIM is de kleinste guit
Hij is het die deze rij sluit
Hij speelt het handbalspel trouwens liefst met poppen
Daarom kom ik met deze surprise op de proppen

Wat een geluk dat mama Zuijderwijk geen achtste speler kreeg
Want nu blijft de wisselbank gelukkig leeg
Ga nu maar eens als een mol op zoek onder het veld
Want ik ben zo van lieverlee uitgeteld

SINT & PIET

21 JAAR LATER STILL ROLLIN’

Franke’s vrolijke veldboeket: Its only rock’n rol

‘Midnight Rambler’ Bertus had de toss met de ‘Tumbling dice’ gewonnen en nauwelijks had hij ‘Start me up’ geroepen of de bal rolde ‘Like a Rolling Stone’ over het veld. Als ‘Wild horses’ renden wij er achter aan. Want hoewel wij als underdog de match met ‘No expectations’ begonnen, waren wij zeker niet van plan ons als ‘Dead flowers’ om te laten schoffelen. Verleden week hadden wij weliswaar als een stel ‘Honky tonk women` lopen mutsen, doch nu hadden wij duidelijk een andere instelling. ‘Don’t look back` en; You better move on` waren de leuzen. En dat lukte in de beginfase prima. Sander (Slinkert) slingerde als een ‘Poison Ivy`, Richard ( Scholtes) verrichtte menige ‘Emotional rescue`, Peet ( Barendse) speelde als een ‘Star, Star` en zelfs Figaro schoot uit de startblokken als een ‘Jumping Jack Flash.` Bij een ‘Respectable` 4-4 stand kon er natuurlijk nog van alles gebeuren, doch zelfs de weer langs de kant hun borsthaar koesterende junioren onder aanvoering van Jeroen ‘Brown Sugar` ( Suiker) zagen het. ‘You can make it if you try` Echter ‘You can’t always get what you want` en ‘Little by little` begon opponent Gemini op ons uit te lopen.

Daar kon zelfs een mooie valworp van ‘Beast of burden` Bertus niets aan verhelpen. Als een duiveltje uit een doosje verscheen hij op de cirkel en even hadden wij zelfs ‘Sympathy for the devil` maar een ‘Angie’ zal hij natuurlijk nooit worden. Furieus vechtend als een ‘Street fighting man` brulde Erica (Lippold) ‘Let’s spend the strijd together` doch met ‘Pain in my heart moet ik toegeven dat het een ‘Long long while` zou duren, eer wij weer zouden scoren. Ondanks de hars op onze ‘Sticky fingers` leek de bal een gloeiende bol ‘Hot stuff` te zijn. We hielden hem steeds moeilijker onder controle. Dampend als een gestoomde kabeljauw op een barbecue moest William toegeven dat zijn slogan; ‘Don’t play with me, cause you play with fire` niet altijd op gaat. En Peter mompelde ‘What a shame` toen zijn pingel werd afgekeurd. Het werd steeds meer een match van ‘Take it or leave it.` Nog juist in het rustsignaal scoorde Gemini 12-9 , maar gelukkig was deze bal ‘Out of time.`

Doch na de rust moesten wij met ‘Mixed emotions` toezien dat wij als een stel ‘Rolling Stones` heen en weer geslingerd werden. ‘Gimme shelter` brulde Richard in zijn doel, “ik houd ze niet meer ‘Under my thumb`” Adrianus ( Olsthoorn) Gleuf probeerde nog eens voor ‘The Last Time` zijn befaamde ‘Harlem Shuffle` , daarbij onderwijl vervaarlijk met zijn eethoek rammelend, ‘Dandelion` Hans (van de Berg) dreigde; ‘Get off of my cloud` , wijl hij zijn tegenstander laconiek in diens oog vingerde en Marc ( Vijverberg) toonde in een wanhoopspoging nog wat ‘Dirty work` door de keeper tot twee maal toe op zijn ‘Heart of stone` te gooien. Doch ook hij moest toegeven; ‘I can’t get no satisfaction` En bij een 25-15 eindstand waren wij onze ‘19th Nervous breakdown` nabij. ‘Daddy, you’re a fool to cry` zongen mijn kinderen, doch `As tears go by` begreep ik ‘It’s all over now`. Een steentje kan raar rollen. Deze zondag begon zo mooi vandaag, but i think i’m gonna ‘Paint it black.`

Ton

Hoe het in 1994 allemaal begon met vrolijke veld boeket

EEN FLEURIG VELDBOEKET: PROLOOG

Een nieuwe lente, een nieuw geluid. En ook onze Heren komen hier niet onderuit. We gaan weer naar buiten. En daar is niet iedereen van gediend, c.q. tegen bestand. Derhalve blijft er van ons viertal zaalteams slechts één over om het Groen-wit op het veld te verdedigen. Maar wat voor één. De crème de la crème uit onze Herenafdeling. Stuk voor stuk zorgvuldig uit de vier teams geselecteerde bloemen, geraffineerd gerangschikt tot een fleurig veldboeket.
Zoals daar eerst zijn: enkele ranke rozen uit Heren 1. Te weten Klimroos Vincent ( Engelaan) en Pioenroos William ( Van de Ende). Dan als contrast met deze kleurige kanjers Nachtschade Karel ( Alleblas) uit Heren 2. Vervolgens een handvol wilde bloemen uit Heren 3; Zwarte Tulp Edwin, de lange Lelie Mark ( Vijverberg) Kruidje-roer-me-niet Gerard ( Lippold), Gipskruid Sander ( Slinkert) en onze A-ster Albert ( Franke). Dit alles opgesierd door een tweetal toevoegingen uit Ons Trefpunt en wel Pijpkruid Ton en, die zou ik bijna vergeten; Vergeet-me-nietje Ed.
Inderdaad, net wat u zegt; een ruiker die zijn weerga niet kent. Hoe krijgen ze het bij elkaar geplukt, zo’n bloemrijk stel. Echter, dat is niet wat nu van belang is. Van meer importantie is; hoe zal deze fleurige Fides flora zich houden in het turbulente buitengaatse van de Hoge Bomen? Hoe deze tien individuele fidele Fides fiedelaars om te smeden tot een homogeen hof, waarin hoogstaand handbal hoogtij zal vieren? Wordt het vroegtijdig verleppen of juist een glorieuze opbloei van de Groene Veldbrigade? Lees de avonturen van de Albert-tien, oftewel Franke’s Vrolijke Veldboeket en u blijft geheel op de hoogte.

FRANKE’S VROLIJKE VELDBOEKET: PREMIÈRE
Machtige wolken van vreugde barstten open. Een zalige zon scheen aan het hemelsblauwe zwerk. Het ideale decor, ja een uitermate geschikte entourage voor het allereerste buitenoptreden van ons uit een kwartet teams gecompileerde Herenteam. Onze Veld-heer Albertus Boterbloem had voor deze première geen risico genomen en voor de zekerheid de mapjes van alle vier de teams meegebracht. Bravo Brutus. Dat er in geen van deze wedstrijdmapjes een wedstrijdformulier zat, daar kon niemand wat aan doen. Zodat daar nu met zijn allen wat aan gedaan werd. Toen konden we beginnen, dachten we. Echter er zaten nog meer mazen in het net. De netjes waren niet zo netjes en dat liep volgens het koppel Veld-wachters te veel in de gaten. Gelukkig nam toen onze Karel de Grote de touwtjes in handen en wat is die handig met touw en schaar zeg. Als een volleerd fröbelende Veld-maarschalk, bekend met alle fijne kneepjes, knoopte en knipte hij het opknappende keepershok weer met keurig net werk tot een keurig netwerk. En eindelijk konden wij ten velde trekken tegen onze gevleugelde vrienden van Wings. En daar toch niet iedereen helemaal gerust was op de betrouwbaarheid van Karel’s hang- en sluitwerk, werd er besloten dat hij het eerst de touwen mocht beproeven. En het mag gezegd; wat de keeper niet deed, deden de touwen wél. Zij hielden het. 1-0 voor Franke’s Vrolijke Veldboeket. En dat beloofde wat, want nauwelijks had William gezien dat de doelen safe waren, of de keeper liet als een zeef zijn stormachtige stuiterbal door. Dit leek het begin te gaan worden van een Veld-slag, waarin Karel en William zouden gaan strijden voor een eerste plaats op de topscoorderslijst van onze veldartillerie. IJverig, zo niet na-ijverig scoorden zij vrolijk om en om tot wij bij een 6-4 voorsprong het veld moesten ruimen voor wat rust en een teugje uit de veldfles.
In de tweede helft kreeg Wings weer even de wind onder de vleugels. Zij waren nog lang niet uit het veld geslagen en ondanks prima keepwerk van Vincent Vingerplant, die in de eerste helft al twee pingels gekeerd had, dreigden wij veld te verliezen. Het veldspel werd wat rommeliger en hoewel William nog regelmatig scoorde, leek bij Karel zijn veldbatterij op. Wanhopig besloot hij een knieval te maken, zodat hij toch nog op het veld van eer kon vallen. En hoewel dit nu niet direct een publiekswissel tot gevolg had, werd Karel toch door zijn medespelers op handen gedragen. Zij het wel richting veldhospitaal.
Nadat Karel aldus het veld had geruimd kregen ook de anderen ruimte om te scoren en zo zagen wij kleurige en geurige goals van onder andere Gerard, Sander en Mark. Terwijl William onbetwist topscoorder werd in een team dat toch al aardig samenspeelde, ondanks de gemixte samenstelling. Alleen is het voor een aantal spelers nog even wennen aan het spel van Pijpkruid Figaro. Deze heeft indertijd het handbalspel geleerd via een schriftelijke snelcursus bij Scheidegger, middels het 10-vingerblindsysteem. En dat blinde krijg je er met geen mogelijkheid meer uit. Toch werd er knap gewonnen, zij het krap met 15-4. En hoewel we volgende week met Pasen voor één keer eieren voor ons geld zullen kiezen, hopen we daarna weer wekelijks in uw gezichts-veld te verschijnen met de onverbloemde positieve berichten van dit bloemrijke Heren 4-3-2-1. ( Toepassen wat niet van doorhaling is).

Ton

Reddende engel (1991)

Daags voor Kerstmis mocht Ons Trefpunt zich met Hellas 3 meten. Vlak voor ons speelde Heren 2 tegen Hellas 4 en Heren 2 veegde met hen de vloer aan alsof zij een hoopje dennennaalden van een uitgeruide kerstboom waren. Een mooi voorbeeld voor ons. Echter wij zijn geen heren 2. En Hellas 4 is geen Hellas 3.

Dit terdege beseffend sjokten wij, gelijk Maria op haar ezeltje, het veld op. Sjokkend, hoestend en kreunend, want het grootste deel van Ons trefpunt voelde zich zo fit als een kerstengel die een jaar op zolder in een donkere doos gezeten heeft. Doch het pleit voor onze mannen dat ze er ondanks alles toch allemaal waren. Ja, Frits (Damen) had zijn schaapjes geteld en we bleken voor het eerst in onze roemrijke historie compleet te zijn. Dit beloofde toch wat aan de vooravond van Kerstmis.

En inderdaad. Hoewel Hellas zeer verwoed tegenstand bood, bleven wij ze de hele eerste helft steeds één kerstbal voor. Zeker niet in de laatste plaats door ons grote licht in de duisternis, keeper Jumping Jack ( Valentin), die als een echte ster ons de weg wees, door alles en iedereen uit zijn herberg te weren. Ongenaakbaar als een os die een kribbe bewaakt, hield hij alle ballen uit zijn doel, ons tegelijkertijd de goede richting uit sturend. En dat gebeurde dan ook.

Halverwege de tweede helft stonden wij nog steeds één punt voor. 17 – 16. Toen begingen wij even een fout, wat resulteerde in een Hellas break-out. Maar gelukkig zag Stefanie, het dochtertje van Aad ( Vollebregt) dit ook vanaf de tribune en als een reddende engel rende zij pardoes zomaar het veld in. Dit werd op zijn beurt weer door Jumping Jack gezien en hier bewees zich de ware ster. Want als een engelbewaarder stortte hij zich op dit onbetaalbare kerstkind, hiermee derhalve de wedstrijd lam leggend, aangezien de arbiter meteen midden in die fatale break floot. Dat Hellas dit lam leggen niet als makke schapen nam, daar hun break mooi de mist in ging, wil ik wel even melden, wat zij daarbij zeiden echter liever niet, daar dit beslist geen taal voor onder de kerstboom was. Echter hierdoor was er bij ons ook een kaarsje gaan branden. Want termen als “kindermisbruik” en “pedotrucs” gaan je niet in de koude kleren zitten. Als een opflakkerende kaars schoten wij door dit voorval in vuur en vlam en maakten ook wij nu korte metten met Hellas.

Als vanouds ging Aad (Vollebregt) spetterend, Paul (Bol) stuiterend en Frits weer met een loepzuivere lob, die als een vallende ster achter de keeper plofte. John (Franke) gebruikte nu de ontsteking die hij eerst in zijn longen had voor enige explosieve schoten en Hans (Krijger) werkte zelfs zo met zijn koppie, dat hij er hoofdpijn van kreeg. Eén van de tegenstanders gebruikte minder sympathieke middelen. Op de cirkel aangepakt stootte hij zo’n ongecontroleerde oerkreet uit, dat deze kortsluiting veroorzaakte in het gehoorapparaat van Linke Leo (Valentin). Waarna die zieltogend ter aarde stortte wat de Hellasspeler 2 strafminuten opleverde. John, die dat ook wel aardig leek, probeerde dit even later ook. Doch toen hij oprecht rochelend in elkaar zakte, mocht hij zelf 2 minuten naar de bank.

Echter onderhand was het eindsignaal in zicht en stonden wij toch riant met 23-19 voor. Er volgde nog één laatste break-out die Figaro af mocht ronden. Echter Figaro zou Figaro niet zijn als hij, alleen voor de keeper staand, de bal er zo maar in zou mikken. Nee hoor. Deze verknipte goochelaar ging vrijstaand voor de verraste keeper eerst op zijn gemak een pijpje stoppen, vroeg een inmiddels gearriveerde verdediger om een vuurtje, om daarna met de vlam in de pijp en een verdediger vóór hem in de cirkel, precies in die hoek te gooien waar de keeper hem opwachtte. En dat deze bal er toch in ging is net zo’n wonder, als de geboorte van het kerstkind. Maar het gebeurde toch.

En de moraal van dit verhaal: Lang geleden wees een kind ons de weg, nu 2000 jaar later bezorgde een kind ons ook geen pech.

Ton

FRANKE’S VROLIJKE VELDBOEKET: HAVE A BREAK, KAREL (1996)

Met angstzweet in de knieholten en bibberende oorlellen betraden wij het Herculesveld in Rijswijk. De vorige wedstrijd had Hercules rigoureus de snoeischaar door ons Vrolijke Veldboeket gehaald en ons met een 23-13 nederlaag huiswaarts geharkt. Geen wonder dat onze reguliere doelverdedigers Richard (Scholtes) Leeuwebek en Vincent (Engelaan) Vingerplant het vandaag dus niet zagen zitten. Echter Veldheer Bertus Boterbloem zou onze TiTa Tovenaar niet zijn als hij niet een superieure substituut sluitpost uit zijn magische hoge hoed wist te toveren. Niemand minder dan het broertje van Pioenroos William (van de Ende). Ukkie Stefan, zijnde een pracht van een potchrysant met dermate lange stengels, uitmondend in naar verhouding even grote bladvoeten en handpalmen, dat hier waarlijk van een uniek product van een bijzonder biologisch experiment gesproken kon worden. Echter eer Stefan zijn kunnen mocht tonen waren er eerst enige complicaties, zoals gebruikelijk bij dat boeket waar de enigmatische Bertus Boterbloem de scepter zwaait.

Ditmaal ontbrak ons wedstrijdformulier. En de heren arbiters wilden alleen dan spelen, wanneer zij de garantie kregen dat dat voor het eind van de wedstrijd opgelost was. Dus pech voor Hennie (Zuijderwijk-Noordermeer-Westlandia), die op deze Moederdag als enige supportster was meegereisd en nu nóg niet naar Ma d’r Liefjes kon kijken daar zij even vice versa naar Naaldwijk mocht. Echter reden te meer voor ons om er extra gemotiveerd tegenaan te gaan. We namen dus een extra teugje pokon en schoten de grond uit als een zonnebloem die een kruisbestuiving met spinaziezaad gekregen had. Papaver Peet (Barendse) vrat zich als een lenige lintworm met een hongeroedeem door de vetgemeste verdediging heen. Pioenroos Will liet het net zó bollen, dat dat veel weg had van de lange wollen onderbroek van Karel’s schoonvader na een overdosis erwtensoep op een winderige winternacht. En Karel (Allebals) zelf liep alleen maar te hijgen omdat hij bij zijn schoonmoeder de indruk wilde wekken van de ideale, sportieve schoonzoon en derhalve op de fiets naar Maasland was gegaan. Dit was net even te veel voor hem. Temeer daar na enige tijd onze briljante break-outroutine via Stefan op volle snelheid begon te draaien. De ballen uit het ijle zwerk vangend alsof hij tomaten aan het plukken was, bezorgde Stefan zijn vooruit ijlende koeriers zo snel de bal dat Joepie-Es ( dit is uiteraard de fonetische uitspraak van UPS verzenddienst en géén genotskreet van William) daar een puntje aan kon zuigen. En daar werd dankbaar van geprofiteerd door een aero-dynamische Erica (Lippold) en de bij vlagen flitsende Figaro Pijpkruid. Oja? Ja!

Helaas kon Karel Nachtschade het nog altijd niet volgen. Bijna hersteld van zijn fietstocht, had hij nu al zijn lucht nodig voor z’n nimmer aflatende verbale vrijheden. En praten en breien valt sowieso al niet mee, doch voor een ambtenaar zeker niet. Derhalve bleef hij maar achter als Links bekaf, hoewel hij soms ook als Rechts buitenadem opereerde. De Witte Fresia ( Hans van de Berg) gooide een paar keer zo hard in dat hij gevaarlijk het okselhaar onder zijn haakjes schroeide en toen dan uiteindelijk in de rust Hennie retourneerde met het zo felbegeerde wedstrijdformulier, klonk het trots over de Rijswijkse dreven: “Dag moeder, we staan 14 – 4 voor” Ongelooflijk maar waar.

En de tweede helft gingen wij onverdroten door. Gloedvol en bloemrijk onze huid duur verkopend, zoals het een Veldboeket op Moederdag betaamt. Nog altijd bleven wij snel attaqueren en dat was koren op de molen van de gewiekste Adrianus Gleuf ( Aad Olsthoorn). Deze molenwiekte zich als een met XTC opgepepte molenaar via radslag na radslag door de daas gedraaide defensie heen. En die kon alleen maar verwilderd om zich heen kijken, alsof zij een klap van de molen gehad hadden. Uiteraard deelde ook Bertus Boterbloem in deze euforie mee. Over de cirkel dartelend als een mollig karikatuur van Rubens dat nog nooit van een te hoog cholesterolgehalte gehoord heeft, verzilverde hij enige juweeltjes, met zulke schimmen van schoonheid, dat het niet anders kan of deze jongen moet ergens diep in zich toch wel wat fijngevoeligs bezitten. Wat een sensibele aanpak; wat een expressieve finishing touch.

Alleen Karel Nachtschade hè. Dat bleef maar tobben. Na een poosje gewisseld te hebben, had hij zoveel lucht gespaard dat hij tot drie keer toe een break kon lopen. Echter, helaas. Dan was de door Stefan perfect aangespeelde bal weer te hoog, dan weer te ver. Nee, ook de break was het niet helemaal voor de vervaarlijk rood aanlopende Brugman. Hij voelde zich als een vis op het droge. Tot hij in een laatste wanhoopspoging met uitpuilende rolmopsoogjes een voor hem onkarakteristieke kuitworp produceerde. En zie, uiteindelijk wierp dit kuitschieten ook voor hem vrucht af en had ook hij zijn steentje bijgedragen aan onze eclatante 28 – 10 overwinning. En wat was moeders trots op ons. En zelfs misschien wel een enkele schoonmoeder, zo wist Karel opgelucht te verzekeren.

Ton

Jongens welpen 1 – Wings 1

UIT DE OUDE DOOS
Jongens welpen 1 – Wings 1
Daar kwamen ze het veld op. Niet minder dan 12 stuks sterk. Een dozijn beren van kerels, variërend van 2 tot 3 turven hoog. Onze jongens welpen. De toekomst van de Westlandia Heren. Nauwelijks had het beginsignaal geklonken of er krioelde een wirwar van groenhemden en witte Wingskielen rond de middenstip. Wat waren ze fel op de bal. En echt niet zo kinderachtig dat ze alleen maar naar de eigen teamgenoten gooiden. Nee hoor, net zo makkelijk ging de bal van tegenstander naar tegenstander als naar de eigen teamgenoot.

Vooral Edgar bleek een fel tegenstander van discriminatie en gaf de bal even vaak aan Wings als aan Westlandia. Dit verhoogde echter alleen maar het spelplezier. Want wat wordt er om die bal geknokt. Steeds weer wisten o.a. Christiaan en Rob de bal terug te bemachtigen en over en weer huppelde de bal over het veld. In het doel stond Gert-Jan fantastisch te keepen en pas in de achtste minuut werd hij door een onhoudbaar schot gepasseerd. 0-1 voor Wings. Hierdoor lieten onze welpen zich echter niet van de wijs brengen. Integendeel; als leeuwen vochten zij zich terug en dat resulteerde gelijk daarop tot 1-1 door Christiaan. Dit bleef de stand tot de rust.

In de pauze wist leidster Liesbeth de jongens bij te brengen dat, als zij meer doelpunten zouden scoren dan hun tegenstander, zij dan zouden winnen. En dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Nog feller zaten Frans, Paul en Ben op de bal. Nog beter werd er door Edgar, Gerwin en Martin verdedigd. En vooral door broekeman Nicolaas, die als een rots in de branding de defensie dirigeerde en dat met één hand, daar hij met de andere zijn broek in het gareel hield. Plotseling weer een loeier van Christiaan; 2-1. De volle tribune zinderde, echter op het veld gingen de mannen als koele kikkers onverstoorbaar voort. Tim, die in de tweede helft was gaan keepen ranselde alles uit zijn doel en toen ineens 3-1 door dolblije Terry die het eerste doelpunt van zijn carrière maakte. Vlak voor tijd werd het nog 4-1 doordat Christiaan zijn hattrick rond maakte en het feest was compleet.

Wat een blije gezichten en trotse ouders. Waaronder deze
Ton

HCJ1 – EHC 2
We speelden in de Pijl. Dit keer ging Frans van Dijk keepen. Verleden keer buiten tegen EHC 1 werd het 8-8. Dat wilden we dit keer beter doen. We gingen warm lopen. En toen we begonnen zaten er al veel supporters, waaronder Paul van Rijn, Mario Noordermeer en Tim van de Berg van de B-jeugd. We speelden een 4-2 verdediging en gingen in de aanval en het ging erg goed met iedereen. In de rust stond het 6-1 voor ons. Jerry en Colin stonden voorin om te storen. Dat deden ze erg goed. Kevin en Erik kregen mooie kansen, maar bij hen zat het geluk niet erg mee. Frans stond beregoed te keepen. Toen deed Dave het goed en… scoorde. Tim Post had geen geluk dit keer. Alles ging mis en was cirkel en dat nog wel terwijl zijn nicht stond te fluiten. Op het eind werd het 11-3. Dave 1, Jerry 2, Edgar 4 en Terry ook 4. THE END.
Groeten Edgar Springveld & Terry Zuijderwijk

DE B BOYS

DE B BOYS: EEN TEAM WAAR ZELFS ASHLEY STIL VAN WORDT. ( 2002)

Bij uitzondering was Long Tall Thomas ( Middendorp) eens geblesseerd. Zijn enkel was dubbel geslagen bij de laatste wedstrijd en ondanks dat zijn hart graag wilde , was zijn gebeente helaas nog te zwak om mee te spelen. Echter hij stond wel sterk genoeg op zijn benen om de pingels te nemen, vond hij zelf. Dus werd hij speciaal voor de penalty’s op het formulier gezet. Vlak voor de B Boys had de B2 weer sterk uitgehaald en daar Jolly Joey ( v.d. Ende) er nog geen genoeg van had, wilde hij graag een keer bij de big brothers van de B Boys invallen. En even graag voldeden wij aan zijn verzoek, want de zus van Jerry Ono kwam ook kijken en je wist maar nooit waar dat op uit draaide. Er stonden zoals gewoonlijk weer veel ouders aan de kant en dat prikkelde en stimuleerde onze B Boys weer bovenmatig. Vooral Kamikaze Keessie (Groenewegen) wilde zijn vader eens even laten zien, dat hij niet voor niets geselecteerd is voor de Haagse selectie en was vandaag zeer scherp, fel en een alom aanwezige motor voor het team. Met drie schitterende schoten zette hij de toon, waarna Jerry Ono met een zeer subtiele stuiter de stand op 4-2 bracht. En toen kregen we een pingel mee. Zwaar kwam pingelpikeur Long Tall Thomas aangeklost. Hij haalde vervaarlijk uit en… miste faliekant. Hij voelde zich ontzettend de klos toen hij terugliep en weer naast de zeer misprijzend kijkende Ashley ( toen nog Vrijgezellenberg) op de bank plaats nam.

Onderhand stond Panter Peter ( Persoon) weer te keepen als een elastieken pop en bleef Kamikaze Keessie scoren als een op hol geslagen tennisbalmachine. Toen… ja hoor. Weer een penalty. Vragend keek Long Tall Thomas op en hij kreeg zijn herkansing. Nog meer gebrand dan normaal stond hij voor de keeper. Doch waarschijnlijk was hij te gebrand, want ook nu zag hij zijn pingel in rook opgaan. En teleurgesteld ging hij weer zitten naast Ashley, die voorstelde dat zij de volgende pingel maar zou nemen.
Dan was het de beurt aan Very Faire Ferry ( Zwinkels) Met twee wonderschone goals vanaf de cirkel bepaalde hij de stand op 9-5 en hij had zelfs alle kans op een gave hattrick, doch zijn uitgekiende lob ketste af op de lat.
Erik Platvoet ( v.d.Berg) maakte weer een onnavolgbare actie vanuit zijn favoriete linkerhoek. Echter zijn opponent weigerde om hiervoor door de knieën te gaan en in plaats daarvan zette hij de ongelukkige Platvoet zo de voeten dwars, dat zij met de knieën tegen elkaar botsten, waarna Erik helaas geblesseerd af moest haken. Ook de er weer fanatiek tegenaan gaande Captain Kefjah ( Kevin v. Aart) was furieus als een black beauty in de weer. Zijn team dirigerend en controlerend nam hij in een briesende break-out het voortouw en was hierin zo gedreven, dat hij deze met een verschroeiende buikschuiver af rondde. Helaas drong het te laat tot hem door dat je buikschuiven beter in de modder dan op het asfalt kan doen en zwaar geschaafd moest hij even zijn wonden gaan likken, terwijl hij ook nog eens het doelpunt op zijn zere buik mocht schrijven.

Derhalve zaten nu zowel Erik Platvoet als Captain Kefjah even aan de kant en Long Tall Thomas kon zoveel leed niet langer aanzien. Hij wilde even stoom afblazen en hij mocht voor een tel de wei in. Hij deed dit zo vurig dat hij direct een gele kaart van de prima fluitende Wilma ( Reincke) kreeg en het was duidelijk dat Long Tall Thomas niet zijn dag had. Even liet hij zien nog steeds Long & Tall overeind te staan door een ouwerwetse Long Tall Thomas treffer te scoren, maar ging toen toch maar weer wijselijk naast Ashley zitten, die hem nu bewonderend aankeek met open mond. Wat natuurlijk niet zo raar is, want die klep zit nooit dicht.
Ondertussen bleef Panter Peter net zo onpasseerbaar als wanneer hij met zijn fiets voor de wind van de waalbrug af rijdt en Kamikaze Keessie zo scherp als een scheermes. Mentaal reuzensterk stoorde hij zich nergens aan en had slechts één doel en dat was het doel van Hercules. Maar liefst elf maal schoot hij feilloos raak en invaller Jolly Joey keek hem vol ontzag aan. Dat leek hem ook wel wat. Steels keek hij toen naar rechts, dreigde vervolgens naar links en gooide de bal toen snoeihard recht in het doel. Zijn eerste B Boys doelpunt en aan de kant begon een jong meisjeshart sneller te kloppen. Luid werd hij dan ook toegejuicht en dat gaf hem zo’n kick dat hij er even later nog een mooie in kegelde.

Zo werd het 19-12 voor de, als een hechte machine werkende B Boys, waarbij Rob de Klever ( Post) weer onverstoorbaar op zijn post stond en daar eveneens onpasseerbaar was. Vlak voor tijd kregen we nog een laatste pingel. Even kriebelden de tenen van Long Tall Thomas, doch toen Ashley hem bestraffend aankeek, ging zijn jeuk gauw over en met lede ogen moest hij toezien dat Frankie Pikachu Straathof, (tegenwoordig vaak op Kijkduin gesignaleerd) zijn sterke staaltje van vorige week herhaalde. Waarna die kleine vlo het niet kon nalaten even zijn duim omhoog te steken naar zijn grote lange vriend. Zondag hopen we je weer terug te zien Thomas. Dan is toch weer de eerste penalty voor jou. En wee je gepingelte als je die mist. Ga maar alvast oefenen.

KOOTSJ

Uit de Oude Doos (2002)

B BOYS VOOR HET VOETLICHT: JERRY ONO

Langzaam ontwaakte hij; de jaguar van de B Boys, de levende nachtmerrie van elke verdediging, de ranke gazelle met zijn prachtige passeerbewegingen en zijn onnavolgbare schuifstuiters. Traag en loom als een vervaarlijk roofdier stapte hij met zijn gespierde benen het bed uit. Met zijn gebalde knuisten, groot als pingpongballen, sloeg hij zich, onder het slaken van een oerkreet op de kolossale kippenborst. Daarbij de eerste latente borsthaartjes ruw in de kiem smorend. En onze Jerry Ono was gereed voor de grote strijd.
Die dag was het belangrijke treffen met concurrent Concordia en onze Japanse vechtvis zou ze eens even een poepie laten ruiken. En, geholpen door moeder Shinji, die speciaal voor haar kleine scheet een bord vers dampende snert als ontbijt serveerde en door vader Harry, die zijn zoon liefdevol nog een handje bruine bonen meegaf voor onderweg zou dat vandaag best wel eens kunnen lukken. Vol van koolhydraten en energieke gassen was Jerry Ono er zeker van; dit zou een explosieve match worden.

Concordia is een van onze rivalen in de strijd om de tweede plaats en helaas was onze formidabele Frankie Pikachu geveld door griep en diarree, zodat wij naarstig naar een goede vervanger moesten zoeken. Deze vonden we in de persoon van de immer welwillende Mighty Mini, die de wedstrijd daarvoor toch met Heren 1 speelde en er nog wel even bij wilde schnabbelen. U begrijpt, toen Concordia dit zag kregen ze allemaal tegelijk dezelfde symptomen als Franke Pikachu; het liep ze spontaan dun door de broek. En niet ten onrechte riepen ze ach en wee en getverderrie, want de B Boys zorgden weer voor heel wat tumult en ‘errie met onder andere het trio; Ferry, Terry en Jerry. Deze laatste dook weer onbevreesd en onbevangen de Concordiadefensie in met schielijke schaarbewegingen en hij sneed er als een scheermes doorheen. Helaas werd hij echter, ondanks zijn potige postuur, steevast onreglementair gestopt, zodat de prima fluitende Maaike hem steeds moest affluiten. Doch met zijn attractieve en inventieve acties gaf hij wel zijn visitekaatje af: Ono is the name. Jerry Ono. En zelf bleef hij ongeroerd, wijl zijn tegenstanders liepen te shaken.

Via lekker samenspel en zeer snelle breaks liepen we naar een riante ruststand van 14-5 voor de B Boys en die hadden het allen zeer naar de zin. Zo niet Concordia en hun coach die in hun onmacht en frustratie door deze overmacht en degradatie op de zeer goed en zeker neutraal fluitende scheids begonnen te foeteren. Gelukkig bleven onze B Boys zeer gedisciplineerd hun eigen spel spelen. Ook in de tweede helft. Hoewel; eigen spel. Wat zagen we daar ineens? Keeper Panter Peter als veldspeler en in het doel een of andere kleine vlo. Wat was dat nu? De weer volgepakte tribune haalde de toneelkijkers en telescopen erbij en ontwaarden nu duidelijk op hun beeldbuis Springer Jerry onder de lat. Ver onder de lat, mogen we wel zeggen. Maar deze jaguar Jerry groeide en groeide en groeide. Het duurde tot de achtste minuut eer hij voor de eerste maal gepasseerd werd. Maar hij bleef koel, kalm en koen keepen. Eenmaal moest hij zo hoog springen dat zijn hierdoor bloot gekomen navel zich uitrekte tot een levensgrote oesterschelp. Bij welke actie hij ruggelings met zijn buik naar voor in de netten verstrikt raakte. Echter de bal ging er mooi niet in. Een andermaal verrichtte hij met kunst- en vliegwerk en met handen, voeten en oren een wonderschone redding op de lijn, waarbij hijzelf zat en de bal niet. En zo keepte hij onverdroten voort. Niet in de minste plaats gesteund door onze steeds feller en fanatieker verdedigende defensie.

Zo werd er met het hele team weer keihard gevochten en oogstrelend gespeeld, wat uitmondde in een schitterende 22-13 overwinning. En toen de Kootsj na afloop in de kleedkamer kwam om zijn mannen te complimenteren, zag hij dat Jerry Ono dermate was gegroeid, dat er pardoes anderhalve borsthaar op diens welig tierende torso verschenen was. Dat dit echter van korte duur was, zult u begrijpen als ik u verklap dat de erwtensoep bij Jaguar Jerry nog net niet helemaal uitgewerkt was. En voor zulk een pril gewas kan zelfs een klein windje al fnuikend zijn. Doch daar had onze fiere Ono schij.. eh maling aan. De twee punten waren binnen, het was een barre wedstrijd geweest en met vooruit gestoken borst stapte onze gloriërende gladakker onder de douche. Zich nog eenmaal van louter jolijt op de kale kippenborst trommelend.
KOOTSJ

En nu we het toch over Jerry hebben. Ook het hiervolgende kwam ik in mijn stoffige archieven tegen.

Hallo,
Ik ben Wendy van Veen, ik ben 10 jaar.
Zondag 18 februari was ik Pupil van de week bij de Damens 1.
Ze moesten tegen H.E.C. 1. Ik mocht de beginworp doen.
Er werden snel veel doelpunten gemaakt.
In de pauze gingen ze naar de kleedkamer.
De ruststand was 14-9 voor Westlandia.
Na de pauze heeft Westlandia nog 9 doelpunten gemaakt.
En H.E.C. 1 nog 5 doelpunten gemaakt.
De eindstand was 23-14.
Ik vond het een leuke dag en wil iedereen van Damens 1 de groeten doen.

Groetjes, Wendy van Veen

UIT DE OUDE DOOS 2 (anno 1997) HAJR/HCW/1/

UIT DE OUDE DOOS 2 (anno 1997) HAJR/HCW/1/

Bovenstaande, waarde Westlandianen, is geen toegangscode tot internet, doch simpelweg de benaming waaronder onze Heren A junioren tegenwoordig opereren. Dit in combinatie met de A-Jeugd van Quintus, zodat er derhalve een tweede generatie HCW ontstaan is. Samen met twee van onze B-Junioren vormen de drie A-tjes de groenwitte basis van deze nimmer verwachte collaboratie. Ja, inderdaad, nooit gedacht. Als eerzaam huisvader, je sportieve leven lang in het groenwit lopend, je kinderen naar eer en geweten opvoedend met een gezonde portie rivaliteit jegens buur Quintus en dan je zoon vrolijk in Quintustenue te zien handballen. Dat is hard. Dat doet zeer. Waar is het verkeerd gegaan? Wat deed ik fout? Ook voor moeder de vrouw valt het niet mee. Zij is inmiddels zo verstrengeld met haar club dat ze tegenwoordig zelfs de telefoon opneemt met Hennie Westlandia. Wel niet zo’n heel grote stap; van Noord-ermeer via Zuid-erwijk naar West-landia, maar toch. En dan dit. Ook voor een moeder komt dat hard aan. Haar clubliefde gaat zelfs zo ver dat ze een paar oude Fidesshirts achterover gedrukt heeft en deze als slaapflanelletje gebruikt. Voor de zomer een luchtig mini-maatje en voor de winter het weidse ex-gewaad van Patrick Luiten. Dat kan ze zo lekker over haar koude voeten trekken.

Over shirts gesproken. Onlangs was het zo ver dat zoonlief de teamtenues mee naar huis bracht. Ze moesten gewassen worden. Ik dacht dat vrouwlief een hartcollaps kreeg. “Dat? In mijn wasmachine?” Echter er hielp geen lieve moedertje aan. En daar gingen de Quintusshirts in onze Miele; er is geen betere. Blijkbaar toch wel, want na nauwelijks één draai kon ook onze wasautomaat zich niet meer goed houden. Het was teveel voor de V-snaar en met een klap liet hij ons in ons ongewassen hemd staan. Geintje natuurlijk, maar toch; Quintus? Oh, oh, hoe heeft het zo ver kunnen komen. Afgelopen zondag gingen we maar eens kijken. Het blijft ten slotte toch je kind hè?

Gebroederlijk stonden zij door elkaar: Het vijftal Westlandianen en het quintet Quintuskerels. En gedreven gingen zij er tegenaan. Tegen een tegenstander die duidelijk een maatje te groot voor hen was, probeerden zij er het beste van te maken. Echter het bleek onbegonnen werk. Ondanks dat deze mannen keihard trainen en stuk voor stuk het nodige talent bezitten, rammelt het hier en daar nog behoorlijk. En dan kan ook niet anders. Zoiets moet zijn tijd hebben. Gaat u gerust maar eens naar ze kijken in de zaal. Je ziet ze met de week groeien, onze Westlands Hoop in bange dagen. Die vijf van Quintus met de jongensachtige Boy, brutaal uit de hoek komend, de aalvlugge Alex, alert als een rechtgeaarde Heulenaar, Red Robin met zijn stekelige prikballen, de nietige Niels, dappere durfal met zijn doordachte dribbelacties, en letterlijk op de laatste plaats, doch zeker niet de minste, in het doel de razendsnelle Robin met zijn rücksichtsloze reddingen.

Ons Westlandia wordt vertegenwoordigd door de stoïcijns cirkelende Sander Smeman, de jolige Jeroen Suiker, bekend om zijn suikerzoete smile, evenals Tim Zuijderwijk trouwens, die samen met Jeroen de zelfde lachende uitstraling heeft als de gezellig giechelende Gebr. De Boer. Voorts zijn daar nog de immer tierig groeiende Thijs Groenewegen, terwijl ik ook nog het jeugdig talent Vincent, een van de Kwints, heulen zag met HCW. Zie hier de bonte mix van Westlands jeugd, die zeker nog veel van zich zal laten horen. Buiten hebben ze hier al een voorproefje van laten zien. Zoals ikzelf heb kunnen constateren, toen ik mij incognito op het Heulse veld begaf. Een Quintussupporter sprak me daar aan en zei: “Zuijderwijk, dat is een echte Heulse naam hè?” “Ja,” beaamde ik beschaamd en, op mijn zoon wijzend; “zijn opa komt uit Kwintsheul.” “Zo zie je maar,” loenste de Heulenaar mij gemeen grijnzend toe, ‘Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Toch niet zo’n slechte zaak hè, die samenwerking.” Hetgeen ik ook weer moest beamen, minnetjes lachend als een kapper met kiespijn. Ten slotte zijn we samen sterk en dat is toch waar het om gaat. Dat is de Quintessence en de essentie van dit dubbele quintet. Geen verloedering, maar verbroedering.

Ton

Franke’s vrolijke veldboeket: Rozengeur en ….

UIT DE OUDE DOOS 1 (anno 2001)
Franke’s vrolijke veldboeket: Rozengeur en ….

Het was een stralende dag en met een stralende lach kuste Pioenroos William van der Ende, dochter Nikki en vrouwtje Esther gedag. “Tot straks meiden, zei hij, en zich tot zijn dochter wendend voegde hij er nog aan toe; “Als Nikki straks komt kijken zal papa Pioen dat Hellas eens even een poepie laten ruiken.”
Ja, da’s nogal een kunst, dacht kleine Nikki, net weer vrolijk een verse luier bevuilend, dat kan het kleinste kind. En welgemoed fietste Will naar de Hoge Bomen waar hij in het zonnetje Franke’s Vrolijke Veldboeket in een superrelaxte, prima gehumeurde bui aantrof. Zonnig begonnen beide partijen de match. De spontane vrolijkheid van ons Veldboeket sloeg zelfs op Hellas over en er ontspon zich een ontspannen wedstrijd waarbij Hellas al gauw zo’n doelpunt of vijf voor stond, daar Vincent Vingerplant ( Engelaan) geen vrouw of dochter heeft aan wie hij beloofd had om Hellas een poepie te laten ruiken en hij het eerste kwartier keepte alsof hij er schijt aan had. Dit leek echter alleen maar zo. Hij deed echt wel zijn best, maar hij kon gewoon niet beter.

Gelukkig kon Pioenroos Will het wel beter. Keer op keer liep hij een break of worstelde hij zich vrij voor de keeper, om dan genadeloos uit te halen. Echter even zovele keren keek hij, juist voor zijn machtige uithaal, even naar de kant of dochter Nikki er al was. Om dan met droef omfloerste ogen even zovele keren te falen. Telkens wanneer hij een honderd procent kans had en zag dat zijn geliefde dochter er nog niet was, miste hij faliekant en dit begon zulke ernstige vormen aan te nemen, dat er eerst zachtjes gemompeld werd; “Niet meer naar Will gooien, jongens.” Waarna er later zelfs luidkeels werd geroepen: “NIET NAAR WILL, NIET NAAR WILL.”
In die eerste helft miste William alles. Hij miste zijn vrouw, hij miste zijn dochter, maar bovenal miste hij elke bal. Gelukkig was met de rest van ons Veldboeket niets mis waardoor de schade nog beperkt bleef tot 7-10 achter bij rust. En vooral onze linkerflank liet weer enige acrobatische en clowneske hoogstandjes zien. Overigens niet zo verwonderlijk wanneer je weet dat die linkerflank bestaat uit Bassie ( Hazelaar) & Adriaan (Olsthoorn). Beide goed voor hogeschoolhandbal van de bovenste trapeze.

In de rust zag Veldheer Bertus Boterbloem het als zijn taak om Pioenroos Will wat op te fleuren. “Kom op Will,” sprak onze notoire vrijgezelle muurbloem; “Ik kijk toch ook niet elke keer of mijn vrouw en kinderen er al zijn.” En tegen zulke logica was Will uiteraard niet opgewassen. Fier snoot hij zijn neus, streek zijn borstharen glad, peuterde een verdwaalde fopspeen uit zijn oor en sprak de legendarische woorden: “Let’s kick some balls.” En ditmaal was dat geen loze praat. Van meet af aan was hij weer zo scherp als een guillotine ten tijde van de Franse revolutie. Als een scheermes gleed hij door de verdwaasde Hellasdefensie en liet de keeper nu alle hoeken van het doel zien. En dit werkte zo aanstekelijk dat zelfs Vincent Vingerplant boven zichzelf uitsteeg en schier onpasseerbaar werd. Plotsklaps werd de wedstrijd weer berenspannend. Tenminste, voor het arme Helaas. Want ons Vrolijke Veldboeket speelde nog altijd even ontspannen en gemoedelijk. En dat blijkt nog immer een beste remedie.

Zo waren wij vlak voor tijd op een gelijke stand gekomen. Juist op het moment dat moeder Esther haar kinderwagen de Hoge Bomen op draaide. Ze was echt wel op tijd weg gegaan, maar ja, ze kwam zus tegen en zo tegen en dan weer die en dan weer die. En allemaal met die grote neus in de kinderwagen van : “Tuut tuut tuut, waar is die kleine Nikki dan? Waar is die kleine Nikki dan? Ken ze nog lachen? Tuut tuut tuut.” Derhalve miste Nikki al haar vader’s doelpunten, die hij zelf nu niet gemist had. Sterker nog. Hij maakte er onderhand nog twee, waardoor wij net aan met 22-20 wonnen.
“Zo Will, dat was op het randje,” zuchtte een opgeluchte Bertus Boterbloem.
“Ja, inderdaad Bertus. Maar op het randje van het ravijn bloeien de mooiste bloemen,” lachte Will terwijl hij in de verte eindelijk zijn twee mooiste bloemen aan zag komen. En alles was weer rozengeur en babyluiers.

Ton

Oliebollendollen 2001

Oliebollendollen 2001

De zondag voor oudjaar. Traditioneel allemaal naar De Pijl en mixen maar. Het hele zooitje door elkaar. Nou, dat lukte weer prima op ons gezellige oliebollentoernooi, welk weer een hilarisch en waardig Westlandiafeest was. Er waren dit jaar maar liefst zes Dames- en zes Herenteams, zodat het voor Marian van de Hoeven een hele klus was om dat allemaal in één middag te proppen. Echter dat kun je wel aan haar overlaten. In een Pijlsnel programma met explosieve wedstrijdjes van 12,5 minuut trok het hele scala aan verleden, heden en toekomst van ons cluppie voorbij. En wat een heerlijke mengeling gaf dat. Bij de Dames van recreanten tot A2 en bij de Heren alle mannen plus de A1. En dat ook de jeugd dit heerlijk vindt blijkt wel uit het feit dat juist die A-teams volledig compleet aantraden. Onder het trots toeziend oog van hun leider Willem van de Berg junior speelde de Dames A2 enthousiast en vol vaart menige gerenommeerde oliebol totaal van het veld. En ook de A-jongens hadden het best naar hun zin als ze hun leider Rikkert nu eens als tegenstander hadden, of wanneer ze hun ex-leider Vincent Engelaan langs zijn oren konden gooien. Ik meende zelfs af en toe een gezamenlijke break te zien van Tiny Tim (van de Berg) en Ouwe Toon ( Zuijderwijk), maar dat zal wel een luchtspiegeling geweest zijn.

De heren hadden dit jaar weinig keepers, doch ook dat werd prima opgelost. In het team van “Maaike’s Mighty Muppets” stond zelfs een totaal onbekende Heer. Ene Joost Steentjes. Deze Joost, bij de Dames ook al keepend, maar dan als José, streek even haar mighty muppets glad om dan met een jongensachtige lenigheid, via menige spagaat, haar doel zo manhaftig te verdedigen dat haar team zelfs als eerste eindigde bij de Heren.

Zoals altijd waren er weer wat wegblijvers en om die te compenseren werd onder andere Frans Zwinkels van de tribune geplukt. Deze Quintuszoon en Westlandiavader (Patricia) viel sportief in en hoewel hij als serieus rashandballer erg moest wennen aan dit hutsekluts appelflappenhandbal, had hij ook het best naar zijn zin. Evenals iedereen overigens. Bij de Dames was voor dit unieke toernooi zelfs Wilma Reincke weer door de knieën gegaan. Gelukkig slechts figuurlijk, want ondanks dat zij eigenlijk maar één wedstrijdje zou spelen, ging het zo lekker dat zij het hele toernooi uitspeelde en gelijk weer inschreef voor volgend jaar. Het was een fantastische sfeer en alles weer even gezellig en sportief. Zo zag ik een speler die het hele jaar door zoveel rode kaarten verzameld had, dat hij zijn hele toilet ermee zou kunnen behangen. En deze speler was nu zelfs zo onbaatzuchtig dat hij zomaar spontaan de bal aan een amechtig smekende oudere tegenstander gaf. We noemen uiteraard geen namen maar als je dan geen Genereus Edele Rassportieveling, dus een G.e.r. ben, dan weet ik het niet meer. Kortom, het was zowel voor de Dames als voor de Heren weer een magnifieke middag die uiteraard besloten werd met de traditionele oliebollen, gesponsord door Maaike & Jan. De oliebollen van mijn team werden in de kleedkamer geserveerd en dat is weer eens wat anders dan bier. Doch ik moet zeggen dat wanneer je net een hap van een oliebol neemt, terwijl er juist een paar vette, blote mannenlijven onder de douche vandaan stappen, de eetlust je wel vergaat. Echter het mocht de pret niet drukken en eenmaal boven in een bomvolle kantine, lachte ook Jan zijn spleetje weer bloot. Ook hij had een barre middag.

Zeer indrukwekkend was dan ook daarna de minuut complete stilte, die volgde op het imponerende In Memoriam van Jos Reincke ter nagedachtenis van onze veel te jong gestorven ex-voorzitter Leo Droog. Een waardig laatste eerbetoon aan een man die zoveel voor onze handbalvereniging betekend heeft. Scheidsrechters, omroepsters en vooral Marian, bedankt voor de perfecte organisatie van een geweldige afsluiting van 2001.

Ton

UIT DE OUDE DOOS: 1995

UIT DE OUDE DOOS: 1995

FRANKE’S VROLIJKE VELDBOEKET: 100% A.R.N.O.

Bruisend van pure geestdrift vingen wij de strijd aan. Het was voorlopig de laatste veldwedstrijd voor onze blommige buitenbrigade en het was erop of eronder. Onze tegenstander was aartsrivaal SOS en evenals wij hadden ook zij tot nu toe twee punten vergaard. Veldheer Brutus wist wat hem te doen stond. De zaterdagavond had hij in celibaat doorgebracht, zich slechts te buiten gaand aan een tweetal AA’tjes en voor de zondag had hij ter versterking ook voor wat AA gezorgd. Te weten Arno Vijverberg ( vader A-junior Luuk) en Aad Borsboom, zodat wij goed beslagen ten ijs kwamen. En het ijs was gauw gebroken. Popelend stoof Gerard uit de startblokken en knalde de bal er als een Drentse kei in. De toon was gezet. Opgelucht haalde Bertus Boterbloem adem. Hij zag de vibraties zijn mannen doorvoeren en hij wist; Zo gaat’ie goed. En als om dit te onderstrepen kwamen nu de AA’tjes in actie.

Allereerst Aad Borsboom, wiens borstharen na zo’n pakweg 17 jaar nog altijd in een sierlijk S.O.S. opkrullen zo gauw hij een SOSser tegenover zich ziet. Het ouwerwetse SOSsyndroom. Doch het werkt nog steeds. Alsof de tijd stil had gestaan, zo gooide hij defensie, doelverdediger en doel aan diggelen. Toch konden we echter niet los komen van SOS. Het was nog steeds als vroeger; puntje voor, gelijk, puntje voor, gelijk. De spanning was te snijden in deze vierpuntenmatch. Er werden vloeiende wissels ingezet, keihard afgerond door een ontketende Arno. Vins keepte zich kins, doch ook SOS had enige zeer goede schutters met spectaculaire springzolen en zo bleef het een gelijkopgaande strijd.

Geluukig voor ons was ook vandaag Arno extra gemotiveerd, omdat vader Nol stond te kijken. Of was het omdat dit voorlopig de laatste kans was om zijn naam in het krantje te krijgen? Feit is echter dat zijn vader trots kan zijn en dat zijn naam dit keer zelfs in hoofdletters geschreven wordt, want hij speelde 100 procent A.R.N.O. ( Agressief, Rücksichtslos, Niets missend, Onhoudbaar.) Ja bijna net zo goed als onze held en voorbeeld Nachtschade Karel Alleblas. ( vader van A-junior Sam en nog wat allerhande Alleblasjes) Goed, die is er niet vaak. En als hij er wel is valt hij niet altijd op. Maar als hij er móét zijn, dan staat hij er ook. En vandaag stond ‘ie er. Gelijk een jonge God gleed hij over het veld. Dirigeerde als een geboren leider zijn mannen en ti ta toverde het ene na het andere opzienbarende doelpunt onder zijn net niet barende buik vandaan. De vertwijfelde keeper van SOS kreeg bijna een kindje van hem en was dan ook blij dat het rustsignaal, bij een 11-9 stand voor ons, weerklonk. 11-9 dus, een stand waarbij nog van alles kon gebeuren. We zouden scherp moeten blijven, doch daar zou het niet aan liggen. We waren als een scheermes. En daar gingen we weer.

In de eerste helft was keeper Vincent Engelaan ( nog altijd niet weg te slaan) wat onzeker geweest. Pikant detail in deze match was namelijk dat zijn broer met de vijand heulde. En ja, dan kruipt het bloed toch waar het niet gaan kan, wanneer je je bloedeigen broer tegenover je weet. Gelukkig echter was Jan-Peter Engelaan wel uit het veld te slaan en niet zo erg bij de pinken Nadat hij één van die twee dingen uit de kom zag geraken, was het gedaan met de broedertwist. Vincent (vader van heren 1) kon weer naar eer en geweten zijn groen-witte hart tonen. En weest gewaarschuwd voor deze jongeling wanneer hij echt zijn ware gezicht laat zien. Dan is er weinig Engelachtigs meer aan. He looks like an angel, he walks like an angel, He talks like an angel, but let me get you wise: He’s the devil in disguise. Dan schudt hij met zijn pelvis en met een satanisch genoegen mept hij alles zijn doel uit. En wel zo groothartig dat wij halverwege de tweede helft tot 18-11 uitgelopen waren.

Daarmee was de druk van de ketel en dat lieten wij blijken ook. Terwijl wij al met één pols in de kantine aan het overwinningsbier zaten, begon SOS nu wat stiekeme stuiptrekkingen te vertonen. Zeven minuten voor tijd moesten wij in ene nog weer even gaan handballen. Weg bier. Weg plezier; 21-18. Karel, wat zijn we aan het doen? Echter nu toonde onze blozende Bertus Boterbloem zijn ware klasse. Scorend vanaf de cirkel als een wentelwiek met zwembandjes en gelijk een vroege Sinterklaas frivole assists uitdelend, stimuleerde hij zijn mannen tot grote hoogten. Een apotheose van wereldklasse. En in zijn kielzog sleepte hij eenieder mee. Arno rechtte zijn rug, alle vezels in zijn atletisch lichaam spanden zich. En hinnikend als een hengst die zojuist weer een prestatie voor het stamboek geleverd had, keerde hij voldaan terug naar onze helft. Nachtschade Karel schoot zo scherp als een computergestuurde dartpijl en zelfs Figaro ( vader van ex-junioren Tim en Terry) bleef niet achter en maakte een hattrick waar die van Boudewijn Zenden bij verbleekte. Zo werd het toch nog een 25-19 eindzege in een sappige slotfase. En Franke’s Vrolijke Veldboeket kan met een gerust geweten haar winterslaap gaan houden. Voorlopig gaan we tot maart de koelcel in. Tot in de pruimentijd.

Ton

Vrouwenzaal zeven in de zevende hemel

Uit de oude doos

Momenteel heeft Westlandia vier Damesteams. Er is een periode geweest dat wij maar liefst het dubbele aantal teams hadden. In 1993 werden zowel Dames 7 als Dames 8 kampioen. Dames 7 was toen de tegenhanger van het zo roemruchte Ons Trefpunt Herenveteranenteam, waarin bij elkaar vier getrouwde stellen speelden. In Dames 7 zaten o.a. de moeders van Lennert Bol, Sylvia Bol en Tim en Terry Zuijderwijk.

 

Vrouwenzaal zeven in de zevende hemel

Oh, hoe weinig weten we over de lagere teams van onze damesafdeling. En hoe weinig weten wij hierdoor van deze vrolijke veteranenvrouwtjes af. Neem nu Dames 7; nou ja, figuurlijk dan hè. Staat daar met DIOS gezamenlijk bovenaan in de poule en geen haan die daar naar kraait. Natuurlijk, het zijn dan ook geen jonge kippetjes meer. Daar hebben zij al veel te veel vlieguren voor gemaakt. En ook zorgen zij niet wekelijks voor eivolle tribunes, maar toch zijn zij haantje de voorste in hun klasse en als zij zo doorgaan is het straks hun haan die koning zal kraaien bij het kampioenschap. En al is het maar omdat er toch minstens één Hen tussen dit kakelende kakelbonte gezelschap zit zal ik er als de kippen bij zijn om dit mee te vieren.

Eerst was daar op 14 maart het turbulente treffen van de vrouwenvleugel van Ons Trefpunt met de wilde wijfjes van het concurrerende Rijnstreek; samen met het drieste DIOS en onze eigen vitale Vrouwenzaal het trio welk om de felbegeerde titel streed. Bij winst in deze match zouden wij ons kampioen mogen noemen. Alleen wisten wij dit zelf niet daar onze directrice, zich welbewust van de nijdige nervositeit die zich dan van ons zenuwachtige zevende meester zou maken, dit stiekem voor zich hield. Min of meer onbevangen gingen wij er dan ook lekker tegenaan tegen een Rijnstreek dat wél wist waar Abraham de mosterd haalde. Toen wij dan ook na afloop hoorden dat we kampioen hadden kunnen worden, was dit mosterd na de maaltijd. We verloren namelijk een wedstrijd waarin alles Bol stond, behalve de doelnetten. 4-3!!

Echter er was nog niets verloren. In de laatste match van dit zeer goed verlopen seizoen wachtte ons DIOS en zo we die wonnen zouden wij toch lekker aan het langste eind trekken. Aldus togen wij tot in de uiterste vezels van onze zenuwen gespannen naar Den Hoorn. Het was erop of eronder. En dat wisten wij nu. En dat lieten wij meteen merken ook. Niks geen gegiebel en gegiechel, doch van meet af aan een gierende gretigheid en een knallende kanonnade. En dat werkte. Voordat DIOS wist dat we begonnen waren zag het ze groen-wit voor de ogen en stonden wij met 4-0 voor. Wil Valentin opende met een subtiele stuiter, waarna Ellen Bol via een breakout 2-0 maakte. Dan in ene een venijnige binnenkant paal bal van Ineke van de Voort en een ziedend schot van Marja Bol. Langzaam echter wist DIOS wat terug te krabbelen en de rust gingen we in met 5-3 voor onze laaiende ladies.

In het begin van de tweede helft bood het ook nog steeds titelkandidaat zijnde DIOS aanvankelijk nog stevige tegenstand. En onze talrijke supporters zagen hen terugkomen tot 6-5. Echter toen vonden we dat we lang genoeg geborduurd en gebreid hadden en veegden we alles aan de kant om er eens een schitterend schuttersfestijn van te maken. Allereerst werd Ellen Bol van haar muilkorf ontdaan en die werd meteen losbandig en ging helemaal als een pitbol uit haar bol. Bruisend stortte zij zich in de aanval met in haar kielzog de klievende knallers en loeierende afstandsschoten van Marja Bol. Onderhand liep Hennie Zuijderwijk heel druk te doen op de cirkel, doch zij kreeg steeds de bal aan bakboordzijde in haar handen, wijl zij slechts vanaf stuurboordzijde kon gooien. En zoveel tijd om te laveren kreeg zij niet.

Ook doelvrouwe Anneke stond weer groots te keepen als een huis waarvan slechts af en toe even het kattenluikje openging, om het ook voor DIOS nog een beetje leuk te houden. Met een 14-8 overwinning werd het een glansrijk kampioenschap voor dit Dames 7 dat einde vorig seizoen uit haar eigen as verrezen is. En zo verlieten de goede mut…, sorry, zo verlieten ze goedgemutst het veld om een heerlijk feestje te bouwen. En mocht u nu in de veronderstelling verkeren dat het hier om een stelletje ouwe dames gaat, laat dan het hiervolgende citaat, opgetekend uit de mond van één dezer dames, u tot andere gedachten brengen:

“Goh, als ik vroeger kampioen werd zei ik altijd; dit moet ik later mijn kleinkinderen vertellen en nu kan ik het ze bijna al persoonlijk zeggen.”

Antoinette

 

Vrijwilligersavond

Vrijwilligersavond

Onze vrijwilligersavond is een jaarlijks fenomeen welk terecht al jaren bestaat. Eind jaren negentig werd dit een aantal jaren verplicht vrijwillig georganiseerd door elk jaar een ander seniorenteam. Dat werd dan door loting aangewezen. En ook werd er iedere keer een thema aan gegeven. Hier een verslag van de “medewerkersavond” van 13 maart 1998. Opvallend daarbij is dat er nu, 17 jaar later, nog veel namen van huidige vrijwilligers in voor komen.

Het was vrijdag de dertiende. Ik trad een schuur binnen en liep meteen onder een ladder door. Daarbij het waarschuwingbordje lezend:  “Een ongeluk ligt in een klein hoekje,” trapte ik in een ferme hondendrol en stootte mijn hoofd tegen een binnenshuis uitgevouwen, zwarte plu.

‘Hartelijk welkom,` glimlachten enige dames mij toe. En ik meende me midden in een bomexplosie te bevinden, want de een was nog erger toegetakeld dan de ander. Ze torsten snelverbanden op het hoofd en over open gereten kelen. Overal bloed, blessures en een willekeur aan bepleisterde ledematen.

Was ik hier wel goed?  Ik was voor een feest uitgenodigd. Was ik niet verkeerd verbonden?  Echter ineens zag ik het verband. De aldaar gehouden jaarlijkse medewerkersavond, ditmaal georganiseerd door Dames 3, stond in het teken van vrijdag de dertiende en de entree was derhalve goed geslaagd.

Eenmaal binnen was het er een bar gezellige boel. De Club van Honderd zat gerieflijk aan tafeltjes te klaverjassen; Charles ( Hé, wie?) en Chuckie ( Tim Z.) en Cindy en Amanda Koene kregen Dart-les van Karel. ( Schoonzoon van vader en moeder Olsthoorn, die samen letterlijk aan de wieg gestaan hebben van een groot deel van onze huidige en toekomstige vrijwilligersdynastie.)   En Richard Scholtes ondervond tot zijn schande dat Hennie Z. minstens zo goed kan sjoelen als boulen. Er werd gezellig gebabbeld en geknabbeld bij de prima verzorgde muziek van Disco Rik (Henskens) en ieder was in zijn schik. Jan de Pijl pongde ping met Nol Vijverberg (vader van Arno, opa van Luuk)  en wrong zich met enige jonge dames in de vreemdste bochten met het spelletje Twister. En mijn deelname aan de champagnepiramide liep met een sisser af toen Carin Wortelboer mij een nat kruis bezorgde. In haar dorst naar champagne wist zij namelijk de volgeschonken piramide plassend in mijn richting te laten tuimelen.

Iedereen op de goed bezette medewerkersavond had het dus prima naar de zin en het was heerlijk al die mensen, die met elkaar zoveel voor onze club doen, bij elkaar te zien genieten. De dames van het derde liepen af en aan met hapjes en drankjes en rond half twaalf was er een grote verloting die door Esther van der Ende op haar eigen charmante, chaotische wijze gepresenteerd werd.

Om 2 voor 12 ging Hennie Z. even naar de wc en dat viel haar dermate zwaar dat zij daar een jaar ouder van af kwam. Wat uiteraard niet onopgemerkt voorbij ging. Wat de avond wel deed, want ineens was het tegen tweeën.

Aad en Ineke van de Voort, bedankt voor het gebruik van jullie schuur en spullen en Dames 3 uiteraard voor de puike organisatie. Volgend jaar is die in handen van een ander team en nadat Esther dat team bekend had gemaakt, bleek het het eerste heren team van haar man Wil te zijn. Ondanks dat hij dat jaar prins carnaval en Esther zijn page was, wist hij van de prins geen kwaad. Toch moest hij via zijn eigen homepage vernemen dat volgend jaar zijn team die eer te beurt valt. Succes mannen. Als jullie hiermee net zo vlug zijn als met een verslag schrijven, zou ik alvast maar met het scenario beginnen.

Ton

Spelen tussen de Bloemen

Spelen tussen de bloemen

Veldheer Franke had alles netjes geregeld voor zijn Vrolijke Veldboeket. Zelf was hij een weekend weg, maar we hadden toch acht spelers, zei hij, dus alles was onder controle. Niet dus, want bij aanvang van de wedstrijd tegen Stompwijk stonden er slechts zeven Veldboeketiers te trappelen. Gelukkig bevond zich aan de rand van het veld nog een eenzame muurbloem. Een Mini-muurbloem weliswaar, doch dartel huppelde die even later aan de hand van vader Figaro Pijpkruid het veld in. Deze laatste sloeg daarmee twee vliegen in één klap. Daar nu ook de moeder van de mini-muurbloem bleef kijken en ons Vrolijke Veldboeket daarmee een eenkoppig publiek verschafte, welk ook nog gezamenlijk het scorebord bijhield. Wat wel prettig was, aangezien het verloop van de match ongemeen spannend zou worden.

Gedurende het hele, bijna afgelopen veldseizoen had ons Vrolijke Veldboeket, onder aanvoering van Bertus Boterbloem, nog niet één punt gehaald. Laat staan een wedstrijd gewonnen. We trokken nu zonder Bertus dus fel van leer in een overigens ontspannen sfeer. En het werd vooral een match van de keepers. Wat goalie Vincent (Engelaan) Vingerplant en zijn Stompwijkse tegenpaal er allemaal uitramden, grenst bijna aan het ongelooflijke. Op miraculeuze wijze voerden zij de meest spectaculaire reddingen uit. En verschillende keren, bij een bijna zeker doelpunt, moest moeder Hennie het bordje op het scorebord weer terugslaan, omdat zij hem eigenlijk al geteld had. Toch werden er door onze Vrolijke Veldboeketiers weer juweeltjes van doelpunten gescoord. Onder andere door Papaver Peet  (Barendse), vanwege zijn ingewikkelde mummificeringen voor de wedstrijd ook wel Papaver Teep genoemd. Ook de jonge Bas Hazelaar en de ouwe Adriaan Gleuf haalden weer clowneske en acrobatische toeren uit en stegen daarbij tot grote hoogten. Dit duo, in de wandelgangen ook wel bekend als Bassie en Adriaan, gooide met zulk een feilloze precisie binnenkant paal, dat de bal caramboleerde als een kikkervissie in een flipperkast. Waardoor zelfs de uitstekende reflexen van de Stompwijk doelman pas reageerden, lang nadat de bal voor de derde keer achtereen binnenkant paal had geraakt en deze reeds achter hem in het net tolde. Aan die onvervalste scherpschutterij van het hogeschoolduo Bassie en Adriaan hield de man zo’n schele hoofdpijn over dat hij een week lang bed moest houden. Daarna ging het wel weer wat beter met hem, maar zijn bezoek werd een maand lang afgeraden om bloemen mee te nemen.

Zo bereikten wij een voordelige ruststand van 9-6 en diep in ons hart betreurden wij het dat Veldheer Bertus Boterbloem dit niet mee mocht maken. Echter wij waren er nog niet. Het Stompwijkse verzet was nog lang niet afgestompt en werd nu in volle gang gezet. Hun keeper bleef nog steeds, zij het nu loens kijkend, recht voor z’n raap alle ballen retourneren en dus moeilijk passeerbaar. Een loeiharde zuivere zaaier van Bas Hazelaar stompte hij terug in de handen van postbode Adrianus Gleuf, die hem meteen weer retour afzender stuurde. Doch weer hield die keeper hem op wonderbaarlijke wijze en hij kaatste nu de bal naar onze mini-muurbloem. Deze had onderhand zo vaak naar de fouten van zijn vader gekeken, en daar zoveel van geleerd, dat hij nu wél wist waar Abraham de mosterd haalde. Hij gooide de keeper zo strak om zijn oren dat diens gehoororganen zeven maal in een kringetje om zijn verdwaasde hoofd suisden.

Die vermaledijde keeper had ook al enige malen een pingel van ons om zeep geholpen en daar werd onze Waterlelie Mickel goed ziek van. Nu was het zijn beurt. Bij de volgende twee penalties eiste hij deze zelfverzekerd op en joeg de bal vervolgens zo hard in de touwen, dat op het belendende hockeyveld alarmfase 3 van kracht werd, nadat de rokjes van het complete,aldaar spelende vrouwenteam, spontaan pikant de lucht inwaaiden. Na deze euvele daad keerde Waterlelie Mickel wellustig grijnslachend terug, waarbij het onduidelijk bleef of dit nu vanwege die mooie doelpunten, of vanwege hun turbulente uitwerking op de bekakte hockey derrières was.

Onderhand stond ook nog steeds Vincent Vingerplant groots zijn doel te verdedigen. Zo groots zelfs dat hij zijn doelgebied in zijn grootsheid begon af te bakenen. Helaas deed hij dat net zoals de hondjes dat bij hun territorium plegen te doen, door steeds weer zijn pootje op te lichten. En nu had hij de pech dat, steeds wanneer hij in zijn afbakeningsdrift even zijn korte pootjes optilde, die Stompwijkers daar een lange bal onderdoor gooiden. Wat niet diervriendelijk, maar wel doeltreffend was. Want terwijl onze normaliter zo vrolijke Vingerplant almaar pissiger werd, stonden wij nu in ene 19-19 gelijk. Moeder Hennie had het niet meer achter haar scorebord. Zeker niet toen we zelfs 19-20 achterkwamen. Echter haar ware Westlandia-aard tonende, ging het voltallige publiek nu als één vrouw achter ons staan. En dat werd door ons begrepen en gehonoreerd. Het was ten slotte Moederdag en dan kon je zo’n vrouw, die het met zo’n gezin toch al niet makkelijk had, niet in de kou laten staan. Furieus nam Vy-King Flower MarC ( Vijverberg)  het voortouw en met een bovenmenselijke inspanning maakte Franke’s Vrolijke Veldboeket, zonder Franke, het onmogelijke waar en won in de laatste seconden met 22-21 haar eerste wedtstrijd van dat hele, nagenoeg voorbij zijnde, veldseizoen. Heerlijk was dat.

En heerlijk zou dat nog jarenlang blijven als we hier elke keer weer op terug keken en dan tegen onze veldheer konden zeggen:  “Weet je nog Bertus, die ene keer dat jij er niet bij was in het seizoen 2001-2002. Dat was de enige wedstrijd die wij in dat hele bloemrijke seizoen wonnen. Weet je nog?”

Ton