Columnist Ton schrijft over het heden en verleden

Twee Westlandianen bij de Oranje...

Twee Westlandianen bij de Oranje selectie rolstoelhandbal

Al binnen het jaar na oprichting werden er van Quintus vier leden geselecteerd voor het Nederlands team. Afgelopen december werd dat, inclusief onze Vera, Arie, Yves en William in Zweden glorieus Europees kampioen. Een prachtige prestatie van het hele team dat nog maar kort met elkaar getraind had. Sindsdien zijn zij op toernooi in Frankrijk geweest en geven zij regelmatig demonstratiewedstrijden. Vera is onze vrouwelijke vertegenwoordigster. Buiten een tomeloze two-wheel drive heeft zij een bekeken oog voor zowel laag bij de grondse stuiters als verheven, uitgekiende lobjes. Westlandiaman William van de Ende bezit zowel een fabelachtige baltechniek, alsook een dodelijk schot, waar zelfs onze keeper Arie respect voor heeft. En Arie zelf behoort tot de twee beste keepers van ons land en is met zijn boomlange lijf en kolenschoppen van handen nog moeilijker te passeren dan Max Verstappen. Behalve dan door onze Yves. Die gooit nog harder dan dat hij rijdt. En dat wil heel wat zeggen. Bij menige wedstrijd moet Yves zich na afloop nog even aan zijn tegenstanders voorstellen, omdat zij tijdens de match alleen maar zijn rugnummer hebben gezien.

Bovenstaand stukje schreef ik voor de presentatiegids voor dit seizoen van eredivisieclub Quintus. Kort daarna werd de nieuwe selectie bekend gemaakt, waaruit het basisteam moet komen welk in 2018 aan het EK deel gaat nemen. Uiteraard zitten daar de 12 spelers in die ons Oranje bij het afgelopen EK zo glorieus vertegenwoordigden. En hoewel Mayenka momenteel af moet haken vanwege zeer gezegende omstandigheden, is zij natuurlijk tegen de tijd dat in december 2018 het EK weer plaats vindt ook weer in de positie om mee te doen.
De huidige selectie is uitgebreid met vier spelers die alle van Quintus afkomstig zijn. Iets wat niet helemaal vreemd is aangezien Quintus met 20 leden veruit de grootste rolstoelhandbalclub is. Globaal gezien zijn er in Nederland zo’n 60 actieve rolstoelhandballers, wat dus inhoudt dat Quintus daar een derde van voor rekening neemt. Helaas een nog erg scheve verhouding waar hard aan gewerkt wordt, van Schiedam tot Arnhem, om daar vermeerdering in aan te brengen. Iets wat helaas niet meevalt, dus waar wij met zijn allen hevig voor in de wielen moeten om onze sport bekender en populairder te maken. Dat wij bij Quintus derhalve 20 leden hebben is een ongekende luxe en daar laten wij het Oranjeteam graag in mee delen.

Allereerst is daar Romé die het prototype is van de heerlijk eigenwijze puber en met haar slechts 16 lentes nog niet helemaal beseft dat topsport zijn opofferingen kent. Zij is vooral een gezelligheidsmens, maar bezit wel duidelijk haar talenten. In haar rolstoel is zij een irritante zwaan-kleef-aan, die een tegenstander goed aan banden weet te leggen. Daarnaast is zij snel en behendig en heeft een unieke boogbal in haar pols, die al menig keeper de rug of nek wist te verrekken. Qua spel is zij enigszins vergelijkbaar met Maurice, onze ex-basketballer, die dus ook zeer rolstoelvaardig is, met als specialiteit het sperren en blokken op de cirkel. Maurice heeft afgelopen jaar al volop meegetraind met de Oranjeselectie en hoewel ook hij het nog niet van schotkracht moet hebben, weet hij met zijn uitgekiende schoten vaak verrassend uit te halen. De derde, eigenlijk zevende dus, geselecteerde van Quintus is ook een Westlandiaman, te weten Roy van der Helm. Roy is een oerhandballer met tactisch inzicht en een dodelijk schot. Fanatiek tot in al zijn vezels en gemotiveerd tot op het bot. Je kan niet met hem lachen, maar wel kun je als medespeler veel plezier aan hem hebben. Evenals van Cor. Cor is nog helemaal maagdelijk in de handbalsport. Sowieso in elke teamsport. Maar hij is wel een sportman in hart en nieren zoals er niet veel zijn. Hij heeft al vele triathlons op zijn naam staan, doet aan lange afstandszwemmen en kan zich met zijn kracht en lengte in elke sport makkelijk het hoofd boven water houden. Ondanks dat hij nog maar kort aan rolstoelhandbal doet ontwikkelt zijn talent, zowel in rolstoelmanoeuvreren als in handballen zelf, zich razend snel. Cor is er nog niet, maar ambitieus als hij is komt hij er zeker wel. Als er eentje potentie heeft dan is het Cor wel, althans dat beweert zijn vrouw en ik geloof haar graag.

Dit dus even een introductie voor zo ver het de Quintusdelegatie betreft. Een afvaardiging waarvan de helft zich sowieso nog waar moet maken, maar die op de goede weg is. Echter alle andere rolstoelhandballers die tot nu toe actief zijn in onze heerlijke sport, ook jullie en ik dus, mogen zichzelf best wel een complimentje geven. Met zijn allen behoren wij in onze tak van sport toch maar mooi tot de pakweg 60 besten van Nederland. En al dan niet in Oranje, dat is een prestatie waar wij stuk voor stuk heel trots op mogen zijn. De bal is aan het rollen gebracht en daar zorgen wij met zijn allen voor. Trots op onze sport, trots op wat wij met zijn allen in korte tijd bereikt hebben en trots op onze oranjevertegenwoordiging die mede dankzij ons, hun medespelers, ons land mogen representeren. Rolstoelhandbal; een sport die alleen maar groot kan worden dankzij de pioniers die er, hoe dan ook er in gerold, nu op zitten en waar wij allen van jong tot oud en van topper tot tobber een mooie rol in spelen.

Ton schouwer

Alles voor het publiek (Deel 1)

Alles voor het publiek (Deel 1)

De tweede competitieronde rolstoelhandbal werd bij Quintus gespeeld. Thuiswedstrijden dus voor onze twee teams. En moederoverste Birgitte had voor haar beide geesteskinderen slechts één opdracht, die 24ste september: Maak er zo’n bloedstollende spektakel van dat het publiek van het begin tot het einde aan de banken gekluisterd blijft. Wat je ook doet; sensatie, gezelligheid, sportiviteit en attractiviteit, maak er gewoon één grote thrillermarathon van. Alles voor het publiek is vandaag het motto. Laat die hartslag maar accelereren. Laat die bloeddruk maar bruisen. Kortom; geef het publiek waar voor hun geld.

Helaas kon Birgitte zelf niet acteren op deze dag daar zij het achter haar ellenbogen had, maar vanaf de kant regisseerde zij inderdaad een zinderend toernooi dat een film van Stephen King waardig was. En dat gebeurde van meet af aan. De ouverture was meteen een klapper van je welste. Niet alleen was dat direct al de broedermoord tussen haar beide oogappels Quintus 1 en Quintus 2. Nee, het zou letterlijk een broedermoord zijn daar in het ene team William speelde, terwijl in het andere niemand minder dan zijn broer, Stefan King himself, weer opgetrommeld was. En om het drama compleet te maken was zelfs moeder v/d Ende aanwezig om de slachtpartij tussen haar beide zonen mee te maken. Alles voor het publiek.

Stefan verving weer de langdurig aan zijn schouder geblesseerde Eric, die echter wel aanwezig was om zijn schouders onder de camera te zetten. Ook deze keer moesten wij weer, net zoals als helaas de andere teams, diverse prominente spelers ontberen. Buiten Birgitte en Eric miste ons eerste ook Leo die er echt de griep in had dat hij ook dit toernooi wegens ziekte weer afwezig was. Ook Quintus 2 had drie uitvallers. Allereerst Kelly die nog steeds met haar pinkt tobt, maar binnenkort toch weer bij de pinken hoopt te zijn. Dan die deserteur Bjorn die een wedstrijd van Ajax prefereerde boven zijn eigen team en daar door die Godenzonen zo vreselijk afgestraft werd met een nederlaag dat hij na afloop zong; Is dit alles? En als laatste misten wij Cor die op vakantie was en ons doodleuk zei dat als wij onze wedstrijden zonder hem zouden winnen, wij hem dan dus ook niet meer nodig zouden hebben. Zonder direct reeds de uitslagen te verklappen, kan ik u melden dat wij Cor dus niet meer terug zullen zien.

Echter laten wij het over diegenen hebben die er wel waren, waaronder het sinds enige tijd niet meer weg te denken arbiterskoppel Fabian en Koldobieke. Beurtelings hun wedstrijden fluitend leken zij af en toe meer verkeersregelaars dan scheidsrechters aangezien het aantal aanrijdingen weer niet van de lucht was. Maar gedecideerd en ook goedlachs als zij zijn bleven zij zelfs in de fanatiekste wedstrijden tussen Aartsrivalen vrolijk fluiten en hadden geen moment de bokkenpruik op. Koldobieke mocht Quintus 1 – Quintus 2 fluiten en aangezien ook hij maar een man is bleek al gauw dat hij een zwak voor Romé had. Nauwelijks had William zijn eerste testschoten op Stefan afgeketst zien worden of Koldobieke constateerde dat Roy bij een doelpoging van Romé aan haar arm zat en sadistisch lachend wees hij naar de penaltystreep.

“Nee joh,” riep Roy uit. “Zat ik aan je Romé? “

“Ik weet het niet,” zei Romé diplomatiek, maar lachte in haar vuistje toen zij Yves meedogenloos Arie Bombarie met een pegel van een pingel zag verschalken. Het was de start van een ongekend zinderende strijd die zelfs de door Loek ondersteboven opgehangen vlaggen bol deed staan.

“Geen lobjes bij die lange Stefan King,” had William ons gewaarschuwd. Maar alzheimer doet rare dingen met oude mensen en toen Ton de bal in handen kreeg was hij die instructie al lang weer vergeten. Vol ontzetting zag moeder v/d Ende dat haar boomlange zoon niet bij de boogbal kon die als een rijpe appel achter hem plopte. Ook had William ons voor Yves gewaarschuwd. Maar daar trok Yves zelf zich niets van aan. Nadat William eerst met een achterbakse achterwaartse worp zijn broertje verrast had, scoorde Yves de 2-2 en meteen daarop de 3-2. De strijd ging over en weer en naar mate de wedstrijd vorderde begonnen de

zenuwen toe te slaan. Nadat William weer verschillende keren Stefan vergeefs beproefd had, maakte hij toch fraai de 3-3 en toen ook weer als een echte William de Veroveraar 4-3.

Een siddering doorvoer de eivolle banken. Het publiek was in extase. Voor een moment leek even de hoogspanning weg te ebben toen Roy een niet te houden bal onhoudbaar voor Steef er stijf in schoot. Echter weer was het Speedy Gonzalez Yves die onnavolgbaar als een op hol geslagen bolderkar door onze defensie daverde. 5-4. Het publiek hield de adem in en zelfs de staart van Koldobieke gaf stroomschokken af van de adrenaline die over het veld stuiterde. Weer slingerde William zo’n achterwaartse bal waar Stefan een broertje dood aan had. En moeder v/d Ende wist niet of zij juichen moest of huilen. En weer bracht de furieuze Yves de marge terug op één. Waar moest dit al toe leiden? Hoe zou dat eindigen? In weerwil van de wervelende wedstrijd was het weer Wil die de 7-5 scoorde. En ook bij hem zat de spanning zo diep in de nekharen dat hij zich even aan Vera vergreep, wat hem een gele kaart en een gemene grijns van Koldobieke opleverde.

Nog steeds 7-5 voor Quintus 2 en de tijd tikte door. Steef steeg boven zich zelf uit en hoewel ook Arie Bombarie bij vlagen zo fenomenaal keepte alsof hij het uit zijn tenen moest halen, kreeg hij toch weer zo’n giga knaller te incasseren waar alleen Yves het patent op heeft. 7-6. Weer die vreselijke spanning, met nog een luttele minuut te gaan. Het angstzweet kolkte een ieder onder de oksels. Zou het toch weer Quintus 2 zijn wat in deze privé strijd tussen de v/d Endes aan het langste End zou trekken? Met een enorme zucht van verlichting klonk daar eindelijk de zoemer. 7-6 voor Quintus 2 inderdaad, na een sensationeel spannende strijd. De toon voor deze dag was gezet. Beide teams hadden de opdracht van moederoverste Birgitte uitgevoerd. Het publiek ging uit zijn dak. En dit was nog pas het begin. Quintus 2 had Quintus 1 van de eerste plek in de competitie verdrongen en stond nu virtueel eerste. Zouden zij deze status kunnen behouden? Het beloofde weer een prachtige wedstrijddag te worden, die menigeen een rolberoerte van de spanning zou bezorgen. Maar ook wij houden de spanning er nog even in. Alles voor het publiek.

Ton schouwer

Voor deel 2 en deel 3 kijk op de facebookpagina van Quintus Rolstoelhandbal Westland en/of Rolstoelhandbalplatform

Reddende Engel

En weer kon Rolstoelhandbalclub Quintus / Westland binnen korte tijd een geweldig toernooi bijschrijven. Dit keer mochten wij met BFC uit het Limburgse Beek alweer de vijfde officiële vereniging verwelkomen, terwijl er bij Ventura in Schiedam en Achilles in Gorinchem ook nog twee potentiële deelnemers in de maak zijn. Rolstoelhandbal floreert en dat werd op dit toernooi in sporthal De Bloemen weer bloemrijk en rooskleurig gedemonstreerd. Uiteraard staat, net zoals bij onze eigen club op ons eerste toernooi, bij BFC deze sport nog in de kinderwielen, waardoor zij qua resultaat nog niet direct een poot aan de grond kregen. Maar dat zijn slechts startproblemen waaruit ook zij zich snel zullen pushen. Zij zullen, net zoals die andere verenigingen tot nu toe steeds in het oppermachtige CSV hun meerdere moeten erkennen maar wel alsmaar meer weerstand geven, ook binnen afzienbare tijd hun mannetje zitten in deze heerlijke tak van sport. Waarbij jong en oud en meer en minder valide op een fanatiek sportieve, maar vooral zeer gezellige wijze onwijs aan de rol kunnen gaan.

Wat de twee Quintusteams betrof, die hadden na het laatste toernooi met respectievelijk een tweede plaats voor Quintus 2 en een vierde plek voor Quintus 1, een reputatie hoog te houden. En zij mochten meteen al in hun eerste wedstrijd tegen elkaar. Overigens bestaat Quintus 2 voor de helft uit de oud-Westlandia handballers Wilma, Roy, William en Ton en spelen zij als enige team van heel Quintus in het ons zo vertrouwde groen. Quintus 1 moest het nog steeds zonder keeper Eric stellen, die met een schouderblessure kampte. Net zoals bij ons vorig toernooi werd hiervoor een bevredigende oplossing gezocht in de familie van den Ende. Was het eerst William’s broer Stefan die ons uit de brand hielp, nu was het William’s dochter Nikki die voor reddende engel speelde. Qua omvang is zij iets minder aanwezig dan onze kolos Eric, maar dat weet zij dermate te compenseren met een zeer jeugdig elan en een kwikzilverachtige souplesse, dat zij een lelijke, sorry, knappe, zit in de weg was voor alle schutters. Zij had maar één doel voor ogen; namelijk dat zo schoon mogelijk houden. En dat deed zij met zoveel verve dat Quintus 1 ditmaal, gelijk met SEW en Quintus 2 evenveel winstpunten boekte, zodat zij gedrieën tweede werden. Slechts het feit dat Nikki er maar zes meer door liet dan de fameuze Arie Bombarie en vijf meer dan de boomlange Jeroen van SEW, maakte dat zij en haar team op doelsaldo vierde werden. Maar dus toch mooi hun vorige plek consolideerden. En dat is natuurlijk niet niks voor zo’n jonge debutante.

Over de onderlinge strijd van het Quintuskamp kunnen we kort zijn. Het is ten slotte niet echt eervol, en het getuigt zeker niet van vaderliefde, om te moeten vermelden dat de in het rolstoelhandbal nog zo maagdelijke Nikki, tot drie maal toe achtereenvolgend een figuurlijke draai om haar oren kreeg van vader William, waardoor Quintus 2 al met 3-0 voor stond, voordat bij Nikki het besef door drong dat haar vader toch niet zo aardig was, als zij 16 jaar lang gedacht had. Na de vele latere missers van William zou zij dan ook terecht opmerken: “Waarom gooide je bij mij juist wel zo goed?” Maar ja, wie zijn kind lief heeft, spaart de roede niet en dus bleek wel dat William zijn dochter zeer lief heeft. Bij Quintus 1 nam Yves weer het leeuwendeel van de goals voor zijn rekening, maar zelfs hij kon niet voorkomen dat mede door fraaie doelpunten van onder andere Wilma en Roy en uiteraard nog enige projectielen van die ontaarde vader van Nikki, Quintus 2 met 8-6 aan het langste Ende trok. Was deze strijd tissen beide Quintusteams voorheen nog slechts een ordinaire broedermoord, hierna zou de vader / dochterverhouding in huize van der Ende nooit meer dezelfde zijn. Nikki die in haar onschuld toegezegd had Quintus 1 uit de brand te helpen, had de ware aard van haar vader gezien. De verering voor haar vader was wreed tot een Ende gekomen. En hoewel zij gebonden was aan haar rolstoel, stond zij weer helemaal met beide benen op de grond.

Aangezien debutant BFC met enige onverwachte personele problemen kampte, waren in hun eerdere wedstrijden Wilma en Vera bij hen ingevallen. Nu tegen Quintus 1 viel William die eer te beurt, zodat er voor keepster Nikki niets anders op zat dan weer haar vader’s teisterende ballen te weerstaan. En weer kon William het niet laten twee keer achtereen zijn dochter te testen en te pesten. Echter dit keer was de niets ontziende Nikki pa lief toch te slim af en wist zij deze wedstrijd ten koste van BFC, inclusief invaller William met 8-5 te winnen.
Toen was er even een pauze waarin de krachtpatsers onder ons de kans kregen zich met een snelheidsmeter te meten. Van elk team werden er twee vrouwen en twee mannen geselecteerd, die dan om het hardst op het doel mochten gooien, teneinde hun schotkracht te meten. Niet geheel verrassend werd bij de mannen onze Yves de grote winnaar door de bal met 65 km. per uur in de touwen te jagen. Maar wel een grote surprise was onze Westlandia-invalkeepster die met een prachtige derde plek bij de dames haar bronzen medaille in de wacht sleepte. Dat zij daarmee, naar de Quintushoek teruglopend, even minzaam lachend naar haar vader keek, die in de voorrondes al afgeschoten was, zal niemand haar euvel duiden. Door zo te tonen dat hij niet de enige in de familie was met ballen, wist zij haar wraak zoet te laten smaken.

Ton schouwer

TWEEDE QUINTUS ROLSTOELHANDBALTOERNOOI

Het eerste rolstoelhandbaltoernooi van 2017 hinkte op twee gedachten. Allereerst was daar de euforie van weer een heerlijk toernooi en gezellig samenzijn van de vier verenigingen. Maar die blijdschap werd helaas getemperd door het veel te jong overlijden van speelster Eline van CSV, die juist op de toernooidag begraven werd. Wij wensen de familie en vrienden van Eline veel sterkte met dit verlies en uiteraard ook CSV dat in Eline een zeer gewaardeerd lid had. Dit had tot gevolg dat CSV natuurlijk niet aan het toernooi deel kon nemen. Om de deelnemers toch een volledig programma te kunnen bieden werd er door Quintus in rap tempo een gelegenheidsteam geformeerd, wat, naar later zou blijken, zeker geen bij elkaar geraapt zooitje was. Er zaten onder anderen twee spelers van Beek Limburg in; twee Westlandia-dames; Yves en Wilma van Quintus zelf en als keeper was het broertje van William uitgenodigd, die vervolgens de openbaring van het toernooi zou blijken te worden. Dit tot schade en schande van onder meer Quintus 1, dat tegen dat mix-team maar liefst met 13- NUL de grond onder de wielen weg gevaagd zag worden. Die 13 tegen, vooral door een totaal ontketende Yves was al vreselijk, maar dat nul komma nul doelpunten scoren tegen een debuterende keeper die nog nooit een rolstoel van dichtbij gezien had, was toch wel een afgang zoals in de historie van het rolstoelhandbal nog niet voorgekomen was. En het ergste was dat dit ook nog eens allemaal gefilmd werd. Ik denk niet dat dit Quintus 1 voor een Oscar genomineerd zal worden.

Voor de rest waren het overigens wel allemaal zeer aantrekkelijke wedstrijden waar zowel door de spelers als door het veelvuldige publiek weer volop van genoten werd. Al reeds bij de openingswedstrijd zaten alle banken vol met meelevende supporters die meteen al een zeer spannende match te zien kregen. Het was Quintus 1 tegen Quintus 2 en onze elftalcommissie had daar weer een uitgekiende mix van gemaakt. Vlak voor tijd stond Quintus 1 met 4-3 voor en zij dachten reeds de punten binnen te hebben, toen Birgitte plots als een scheermes door de defensie schoot en met een bekeken balletje keeper Eric het nakijken gaf. 4-4 dus en dat was een prachtige ouverture voor weer een daverend toernooi waarin weer van alles gebeurde, maar waar sportiviteit en gezelligheid voorop stonden. Zo sportief en gezellig dat de een na de ander over het veld lag te zwieren en te rollebollen van plezier. Zoals gewoonlijk was Roy weer de supertuimelaar, maar ook Maurice en Nicole en de toch wat meer bezadigde oudjes als Leo, Leni en Ton zag men op zeker moment vervaarlijk met stoel en al duikelen, wat gelukkig geen blessures veroorzaakte, zodat dat het spektakel alleen maar een sensationele meerwaarde gaf. Het was ten slotte carnaval en dan mogen de voetjes en de wieltjes best van de vloer. En als dan ook je kar na val nog heel is kun je er alleen maar lol om hebben.

En lol hadden we weer allemaal, ongeacht de resultaten. Al is winnen nog altijd leuker dan verliezen. Dat ervoer vooral ons mix-team, dat als invaller voor CSV een reputatie hoog te houden had en daar cum laude voor slaagde. Moest keeper Stefan eerst nog even wennen aan zijn status als rollende keep, al gauw had hij dit, in tegenstelling tot bijvoorbeeld collega Arie, onder de knieën. Niet dat Arie slecht keepte, maar voor hem blijft het sowieso moeilijk om iets onder de knieën te krijgen. Echter Stefan, toch al geen kleine jongen, bleek gedurende het toernooi almaar te groeien en was nagenoeg onpasseerbaar. En dat, mede dankzij de op rolletjes lopende doelpuntenmachine van vooral Wilma en Yves, bezorgde het mix-team na vier ruime overwinningen een glansrijke eerste plaats. Maar ook de dames van Quintus 1 waren bijzonder op schot. Opvallend waren daarbij enige listige lobjes van Vera; een daarentegen juist laag schot van Romé, maar zeker ook het allereerste toernooidoelpunt van Leni, die de zeer goede keepster van SEW met zo’n lullig balletje wist te overdonderen, dat die daar een paar dagen later nog met angstzweet van wakker zou schrikken. Dat Quintus 1 daardoor achter HCB als derde eindigde was dus zeker ook aan die drieste dames te danken, maar ook weer een beetje aan keeper Stefan. Omdat Eric die laatste wedstrijd tegen SEW wilde filmen, nam Stefan diens plaats onder de lat in en zo wisten wij voor het eerst van SEW te winnen. Ondanks hun inbreng van enig charmant talent uit de Franse selectie.

Onderhand was er ook een delegatie van CSV gearriveerd, om toch even de sfeer van het toernooi en ook van de culinaire afsluiting daarna te proeven. Het werd er alleen maar nog gezelliger door. Ada en Frank floten samen enige wedstrijden en zo waren alle verenigingen toch weer prominent aanwezig. En dat werd helemaal leuk na afloop van weer een schitterend geslaagd toernooi toen er door nagenoeg alle deelnemers gezamenlijk en gebroederlijk een heerlijke Chinese maaltijd geconsumeerd werd. Dat was met zijn allen nog even lekker nagenieten en praten, waarna er toch een eind aan weer een fantastisch evenement kwam. We kijken al weer uit naar het volgende toernooi, om daar ons beste wieltje weer voor te zetten. Keep on rollin’.

Ton schouwer

Zomaar een wedstrijd van Heren1

Zijn vader was vandaag balsponsor en hij voelde een grote druk op zijn schouders. De vorige keer dat de bal door diens kapsalon gesponsord was, werd er verloren. Evenals beide keren dat Hem & Haarstijl hun naam aan de bal verbonden had. Niet echt reclame dus voor beide kapsalons. Dat zou vandaag anders moeten.

Niet in de laatste plaats omdat ze nodig weer eens moesten winnen aangezien de laatste plaats in zicht kwam. Om niets aan het toeval over te laten had hij zich die middag een ultra aero-dynamisch kapsel aan laten meten. Dan zou dat in ieder geval nog wel reclame zijn en hij was er helemaal klaar voor. Vanavond tegen Rapiditas zou het gebeuren. Hij kuste vrouw en dochter gedag, tikte even liefkozend tegen het bolle buikje van zijn vrouw en verzekerde het hem verwachtingsvol aankijkende drietal dat papa’s scoringsdrift hiermee nog lang niet over was.

In De Pijl aangekomen zag hij dat hun tijdswaarnemer niemand minder was dan een speler van het Nederlands elftal en dat gaf hem nog meer stimulans om vanavond zijn beste beentje voor te zetten. Met zijn gedreven manier van handballen zou hij met een beetje geluk over een aantal jaren ook in dat rolstoelhandbalteam zitten om Oranje te vertegenwoordigen.

Een prachtige lob van Robin zorgde voor de 1-0 en een meteen al pissig gezicht van de keeper. Een lob is altijd heel leuk, maar keepers hebben daar nu eenmaal een andere mening over. En het werd direct ook nog 2-0 door onze held die door de defensie schoot als een kunstnagel door een klodder gel. Echter Rapiditas had daar rap een antwoord op. Zij trokken de stand gelijk en er ontspon zich een zeer spannende eerste helft waarin hij met lede ogen toe moest zien dat ze verschillende keren twee doelpunten achter kwamen. Hij scoorde een flitsende break. Lennart caramboleerde de bal via alle palen nipt achter de keeper, die hierdoor ook al niet geamuseerd was, en Ivo stopte op miraculeuze wijze een break. Dit stimuleerde onze held tot zijn derde goal, waarna bij een 5-6 achtersprong Stephan met zijn eerste balcontact de keeper liet zien dat Zwanen ook hoogvliegers zijn. Zijn ziedende schot maakte de goalie al even ziedend. Evenals het doelpunt van Jerry, die fraai op de cirkel werd gelanceerd door de speler die met zijn twee volgende goals zijn totaal op vijf bracht.

Toch kwam zijn groene team nu zelfs 9-12 achter en toen vond hij het wel mooi geweest. Na eerst ook Thijs nog op de cirkel een slimme assist gegeven te hebben, was er geen haar meer op zijn strak geschoren hoofd die er aan dacht om nog langer tegen een achterstand aan te kijken. Via een weer door Ivo feilloos aangespeelde break maakte hij 11-13. Vervolgens onderschepte hij een uitworp van de keeper die die veelgeplaagde man direct retour kreeg en schoot hij nogmaals als een paling in een emmer snot door de defensie heen. 13-13 dus en nog kort te gaan tot de rust. Nu in de eigen verdediging een bal wegkapend mikte hij in de handen van Bart, waarna Lennart nr. 14 er in knalde. Vlak voor het rustsignaal stond het 14-14 en kreeg Westlandia zijn eerste pingel. “Niet tussen zijn benen door,” siste op de tribune de balsponsor tussen zijn tanden. Maar hij had beter moeten weten. De keeper spreidde uitnodigend zijn benen en men zag het kwijl al uit de mond van de topscoorder druipen. 15-14 ruststand derhalve met een enigszins gefrustreerde keeper in de Rapiditaskleedkamer. En op de keper beschouwd kunnen wij daar wel enig begrip voor opbrengen.

De zoon van de balsponsor keek bij het beginsignaal even naar zijn moeder. Ook die zat vol verwachting op de bank zag hij. En hij besloot haar vanavond dronken van geluk te maken (en ook nog een beetje ergens anders van). Het werd eerst nog 15-15, maar hij mocht nu zijn tweede penalty verzilveren. In de hoek kreeg Lennart een zetje, dat op zichzelf niet hard was. Maar de tegenstander wist niet dat een bol een tuimelaar is, die weinig nodig heeft om een eind door te rollen. En Lennart deed dit zo gedreven dat hij hard tegen de muur getuimeld zou zijn, ware het niet dat hij het geluk had dat de scheids zich tussen hem en de muur bevond. Nadat de geplette scheids zich herraapt en zijn fluitje opgeraapt had, besloot hij zijn gehavende gezicht te herstellen met weer een pingel. Na dit hilarische intermezzo met als bonus een doelpunt, pakte onze hoofdrolspeler de draad van het spel weer op en op kluchtige wijze de bal uit de handen van een tegenstander om de stand op 17-15 te zetten. En het werd ook nog 18-15 door weer zo’n komeetachtige knaller van Stephan, die een groot deel van de wedstrijd mandekking kreeg. Eén keer nam zijn tegenstander de term mandekking zo letterlijk dat Joline op de tribune met angst en beven om haar kinderbijslag toe moest zien dat die arme jongen van pure bal-last even dubbel klapte. Hij was overigens niet de enige. Op de tribune zat ook een supportster van Rapiditas die almaar riep: “zakken, zakken”. Dit nu werd door de Rapiditasspelers verkeerd geïnterpreteerd. Zij meenden dat zij daar op moesten mikken en deden dat zo nauwgezet dat zowel Ivo als Paul samen met Stephan een jolig jodeltrio kon vormen, al vonden zij daar zelf geen bal aan.

Westlandia kreeg weer een pingel, waarvan er vandaag niet een gemist werd, waarna Jerry met een uitgekiende break nu eens zijn aangever lanceerde, die met zijn 13de doelpunt nu ook de tweede keeper van Rapiditas rap in zak en as deed zitten. Met achtereenvolgens een wervelende draaibal, nogmaals een pingel en gewoon even een venijnig schot tussendoor, wist die groene tornado zijn topscoorderspositie voor vandaag weer aardig definitief en was de marge met 23-20 nog altijd 3. Zich over de cirkel worstelend goochelde hij toen een fabelachtige achterhandse bal op Thijs die op zijn beurt de verraste keeper het nakijken gaf. Van vreugde sprong Thijs zo hoog dat hij even het plafond aantikte. Want mede door een bliksembreak van Ian leek met 25-20 de buit zo goed als binnen. Echter Rapiditas gaf zich niet zo rap gewonnen. De trainer/coach zette in een laatste wanhoopsdaad zichzelf in en dat bleek geen kleine jongen. Hij maakte dan ook nog menig doelpunt.

Maar ook Westlandia ging onverdroten door. Weer een briljante break van Ivo op Paul, die de keeper machteloos deed vissen en nog een laatste penalty voor onze pingelpikeur, die hiermee zijn 17de goal aan liet tekenen, bracht de stand op 27-23. En het werd zelfs 28-23 middels een heerlijke zweefduik van Fernon. Ian gooide vanuit de hoek de 29-24 erin, waarna er bij een 29-26 score in de laatste seconden elke Westlandiasupporter wist wat er ging gebeuren. Maar die vlieger ging dit keer helaas niet op. De onderhand toch wel enigszins gefrustreerde keeper plantte zijn knie tegen de neus van onze induikende vliegeraar die, hoewel een fijne neus voor doelpunten heeft, hiermee nu toch wel een gok nam. Terwijl hij zieltogend op de grond lag en er een fontein van bloed uit zijn neus spoot, zei de keeper doodleuk dat hij zich niet zo aan moest stellen. Er volgde toen wat verhit duw- en trekwerk en terwijl onze held een doekje voor het bloeden kreeg, ontving de keeper een rode kaart. Overigens ging het vliegertje er wel fraai in, doch aangezien dit precies in het eindsignaal viel deed de scheids net of zijn neus bloedde en telde hem niet.

Daarna bleef het nog lang gezellig in De Pijl. Hoewel de moeder van de zoon van de balsponsor dat alleen van horen zeggen heeft. Niet dat zij er niet bij was, maar nadat ze de punten rap in de tas gedaan had was zij inderdaad dronken van geluk (en nog een klein beetje ergens anders van).
Ton schouwer

1STE Quintusrolstoelhandbaltoernooi

Toen ik thuis op de bank neer zeeg was ik leeg, leger, leegst. Helemaal verrot. Maar wat was ik tegelijkertijd vol van een heerlijk toernooi. Het 1ste Quintus rolstoelhandbaltoernooi was super geslaagd. Dankzij een prima organisatie, al de vrijwilligers en sponsors, met een extra pluim voor de debuterende scheidsrechtsters, die hier hun steentje aan bijdroegen en het enthousiaste publiek, maar vooral uiteraard door de geestdrift en de sportiviteit van alle deelnemers. Anders dan bij bijvoorbeeld vele voetbalwedstrijden heb ik niemand ook maar één keer na zien trappen. En dat het toch regelmatig botste tussen fanatieke opponenten lag meer aan de ongeremdheid van rolstoelhandbal dan aan enige vorm van unfair spel.

Voor de twee teams van de thuisdelegatie begon het toernooi sowieso al fantastisch. Dankzij diverse sponsors werden wij zowel in schitterende trainingspakken als nieuwe wedstrijdshirts gestoken. Reden te meer voor ons om vandaag ons beste wiel voor te zetten en dat deden wij dan ook. Ondanks dat uiteraard de tegenstanders ook niet stilstaan, c.q. stilzitten, is er bij onze twee teams nog steeds veel progressie in samenspel, balvaardigheid en inzicht. Aangezien wij binnen speelden, was het moeilijk om de sterren van de hemel te spelen, maar het scheelde weinig. Zowel Quintus “1” als Quintus “2” , die beiden in een uitgebalanceerde mix samengesteld waren, lieten vele hoogstandjes zien waar door het publiek met volle teugen van werd genoten.

rolstoel_01Leo            rolstoel_02 Yves

Q1 begon tegen CSV, wat met de Stammoeder van het Nederlandse rolstoelhandbal onder de lat, nog steeds een maatje te groot is voor de overige teams. Maar zij voelen reeds onze hete adem in hun nek. Zeker als Yves ze in een break-out op de wielen zit. “2” mocht daarna tegen SEW en leed, mede dankzij een onvervalste hattrick van Maurice, slechts een nipte nederlaag. Vervolgens moest ons eerste tegen HCB en dat werd meteen de spannendste wedstrijd van het toernooi. Het was 1-1, het was 2-2, het was 3-3 en toen werd het 4-3 voor de Brabanders met nog luttele minuten te gaan. En toen rechtte Leo zich de schouders. Ondanks dat hij met een geblesseerde schouder Kampte loeierde hij vlak voor tijd de 4-4 erin. En daar hadden wij reeds vrede mee, maar dat was nog niet het slot van het liedje. Wij kregen de bal weer in bezit en via een schitterende assist van Cynthia kon Leo nogmaals zijn schouders eronder zetten. Direct na de 5-4 overwinning klonk het eindsignaal, maar dat werd door niemand gehoord, want de hele zaal ontplofte. Leo haalde zijn schouders op en liep daarna niet eens naast zijn schoenen. Wat een sportman.

Dan was het voor Q2 de clash met favoriet CSV. En een clash leek het te worden, want nauwelijks begonnen, ramden Frank van de Castricummers en Ton zo stevig op elkaar dat Ton bang was dat hij meteen gecastricummeerd was. Gelukkig bleek dit mee te vallen, maar eer hij zijn zakie weer bij elkaar had en de rest van het team van de shock bekomen was, stonden wij reeds 5-0 achter. Het leek een desastreuze partij te worden, waarbij wij lelijk in ons nieuwe hemd dreigden te worden gezet. Echter ineens kreeg William het toen op zijn heupen. Heupen waarvan er één nog geen twee weken te voor geheel vernieuwd was en met een schitterend heupschot a la Old Shatterhand brak hij de ban. Meteen daarop wist Ton het feit dat hij lelijk in zijn kruis getast was te revancheren met een van zijn lullige lobjes en toen ook Maurice de keepster nog even dunkte, was het in ene 4-5. Het zijn echter sterke benen die een dergelijke weelde kunnen dragen en aangezien wij juist vanwege de krachteloosheid van onze onderdanen in deze sport gerold waren, werd het toch nog 8-4 voor CSV. Een stand waar zelfs keeper Arie mee kon leven, want sinds de regels van het rolstoelhandbal weer veranderd zijn, legt ook hij de lat niet meer zo hoog.

William rolstoel_03 Robbin   rolstoel_04Ton

De laatste match van Q2 was tegen HCB, de ploeg waar ons eerste zo’n spannende wedstrijd van maakte. Onder meer daar HCB over een zeer goede keeper beschikte. Echter moeder overste Birgitte had, ondanks dat zij vandaag heel wat aan haar hoofd had, de drieste doelverdediger goed bestudeerd en eer de goede man zich geïnstalleerd had, wist zij hem met haar onschuldige glimlach en een leep balletje waar de listigheid van afstraalde, toch te verschalken. En hiermee had zij meteen Wilma wakker geschud. Waren het in Q2 tot dan toe alleen de mannen die hun potentie tot vruchtbare schoten omgezet hadden. Nu liet Wilma even aan neef Maurice zien dat zij nog geen ouwe tante is door evenals hij een puntgave hattrick achter de verbijsterde keeper te deponeren. En na die drie van Wil wilde andere Will ook wel wat en met zijn resterende twee goals was onze eerste overwinning een feit. Niet in de laatste plaats door het reusachtige keepen van onze eigen reus Arie, die af en toe wel een gat in zijn hand had maar in deze match zeker niet. Hij steeg boven zichzelf uit en als u Arie kent weet u wat dat betekent.
De slotwedstrijd van Q1 was tegen SEW. Maar daar kan ik kort over zijn. Die lui van “ons eerste” hadden zich in hun wedstrijd daarvoor zo ontzettend uitgesloofd, dat zij nu geen pap meer konden zeggen. Ze liepen op hun tandvlees, ze reden op hun binnenbanden. En het was dat Leo er nog even met een laatste stuiptrekking zijn schouders onder zette, anders waren zij helemaal van het veld geblazen. Nu kregen zij “slechts” met 12-4 de grootste nederlaag van het toernooi om hun oren. En daar moesten “wij van 2” stiekem toch wel een beetje om gniffelen.

rolstoel_05 rolstoel_06 Arie

“Wat?” zegt u. “Ik dacht dat jullie zo broederlijk met elkaar omgingen?” Ja, inderdaad, dat was ook zo. Maar dat was voor de broedermoord die ons Q1 daarvoor zo lafhartig op ons gepleegd had. Want u heeft nog één wedstrijdverslag van mij te goed. Namelijk Q1-Q2. Die zogenaamde harmonieuze mix van onze twee Quintusteams. Het begon al met keeper Eric, van “1” Zat hij in zijn nieuwe rolstoel, met de omvang van een monstertruck in de andere wedstrijden een beetje vliegen te vangen, alsof hij met een vliegenmepper vervelende insecten van zich afsloeg. Verschanste hij zich nu zo stevig in zijn Leopard Tank dat hij schier onpasseerbaar was. Als een vorst zat hij op zijn troon, als Zeus op de Olympus, ja, als Eric op de Heuvel. En daar ging in ene zo’n dreiging van uit dat Q2 opeens alles op de paal schoot en als dat al op het doel was ketsten alle ballen af op Eric’s enorme frame of belandde met een zacht plopje in zijn navel. Het tweede raakte daardoor zo van slag dat zij veel balverlies leden en daar was het dan steeds die razende rebel van een Yves die zijn slag sloeg. Als een witte tornado, ja inderdaad wit, want hij lachte zo zijn tanden bloot dat wij alleen een witte waas zagen, schoot hij over het veld en eer wij onze ventielen gekeerd hadden, dook hij al voor Arie op om het leeuwendeel van de score op te eisen. Met 10-4 werd Q2 derhalve door hun aardige clubgenoten afgedroogd en werden die derde, terwijl het tweede boven HCB als vierde zegevierde. Een kleine pleister op de wonde was dat ons tweede ondanks dat, toch een beter doelsaldo dan “1” had. Maar ja, in zo’n broederstrijd is dat niet meer dan een kus van je zus. Desondanks beleefden wij met alle vijf de teams weer een geweldig toernooi, wat nog even gezellig in de kantine met heerlijke broodjes en, als verrassing nog zalige hapjes gesponsord door de firma Koremans, besloten werd. Het 1ste Quintus Rolstoelhandbaltoernooi was een daverend succes, waar plezier, sportiviteit en harmonieuze saamhorigheid centraal stonden. 23 oktober is ons volgende toernooi in Boxtel. We hopen dat er nog veel, al dan niet winnend, mogen volgen. Het is een rollende reclame voor de recreatieve sport.

Ton ( van “2”)

Rock ’n roll met het Vrolijke Veldboeket

Aanvankelijk schoorwielend betrad het Vrolijke Veldboeket de Quintushal. Zij hadden een uitnodiging op zak voor een wedstrijd tegen de mobiele eenheid van Quintus om eens een rolstoelhandbalwedstrijd te spelen. Ze waren hier zo zenuwachtig over dat ze er niet eens aan dachten dat je ook daarbij een teamshirt draagt. De rolstoelers zelf krijgen door de onvolprezen inzet van moeder-overste Birgitte prachtige, door haar persoonlijk ontworpen shirts. Maar die waren helaas nog niet gereed, zodat het uiterlijk even een rommeltje dreigde te worden; allebei de teams met zonder shirt. Echter trainster Nicole had alles in de hand en deelde hesjes uit zodat er niemand in zijn hemd stond. Aangezien het Vrolijke Veldboeket vandaag meer supporters (lees ramptoeristen en wheelchair groupies) had dan spelers, werden twee Quintus rolstoelers bij hen ingedeeld. Nicole was zo tactisch om hiervoor Roy en Ton aan te wijzen. Niet alleen de twee laatst bijgekomen rolstoelers, maar ook allebei nog oer-westlandiaan, zodat het echt Quintus – Westlandia werd. Ook coach Eric had graag de stoute wielen aangetrokken, doch hoewel zijn meniscus kriebelde van verlangen, was dat door een recente operatie helaas niet mogelijk. Aangezien het erg warm was en het Vrolijke Veldboeket niet fameus is om zijn trainingsarbeid, werd er drie maal 20 minuten gespeeld. En dat was niet verkeerd, want het was zo benauwd en er werd in ons enthousiasme zo gezweet dat het, door de zich op de vloer verzamelende transpiratie, al gauw in een “Rollin` on the River” ontaardde. Maar al die zweetdruppels had eenieder er meer dan graag voor over. Want wat een heerlijke interactie. Wat een enorme lol werd er aan deze wedstrijd weer beleefd. Er reden alleen maar stralende gezichten rond en dit rollenspel was weer één grote sportieve happening.

Uiteraard was het even wennen voor de normaliter zo rappe bloemen van het Veldboeket. Instartende mannen werden te scherp aangespeeld, breaks van de keeper kwamen zelden aan omdat we geen achteruitkijkspiegels hadden. Maar al gauw kwamen de handen en de banden los en werd er over en weer lustig en frivool gefreewheeld. Romé en Kelly lieten zien dat zij op de training van Nicole en stagiaire Chelsea goed opgelet hadden en kruisten zo voor de cirkel langs dat zij zich telkens prachtig vrij reden. Zij startten zo gretig in dat de muur van de opponent instortte, waardoor Romé diverse keren keepers Tinus en Roy wist te verschalken. Als een Ben Hur ramde de ranke Romé door de boeketdefensie heen, waarbij de vonken kletterend van haar hoepels sprongen en er al gauw een geur van verbrand rubber hing. Ook Kelly croste op die manier als een Max Verstappen tussen de onthutste Veldboeketiers door. Zich daardoor zo vaak vrij rijdend, werden zij veel door de linkerkant aangespeeld waardoor Lenie en Tineke, die in de rechterhoek het veld lekker breed hielden, in de aanval nog al eens overgeslagen werden. Roy gaf een loeier op het doel die door Leo fenomenaal gekeerd werd en Djon presteerde het om zelfs in een rolstoel nog hoog over te gooien. Robin zag een schitterend schot op de paal belanden, wat aan de andere kant ook Tim wist te evenaren. Yves, die zo sport-ief was om een groot deel van de match te keepen was met zijn elastieken armen weer ongenaakbaar in het doel. Toen dan ook nog zowel Rob bij de ene en Tinus aan de andere kant net naast gooiden, was voor Jordy de maat vol. In zijn rolstoel net weer eens niet bij een bal kunnend, kon hij zich niet langer inhouden. Als een lazarus uit de dood verrees hij uit zijn stoel om dan maar het veld met voeten te betreden. Terecht werd hij afgefloten. Hij keek de scheids wel vragend aan, maar hij had geen poot om op te staan. Vervolgens mocht Guido twee keer schieten voor een kwartje. De eerste bal werd door Yves gekeerd en de rebound knalde op de paal. Guido, die normaal een pikeur in lobjes is, had nog niet door dat dat juist bij rolstoelhandbal een van de trefzekere trucs is. Als excuus voor hem kunnen we aanvoeren dat hij in een soort van ligstoel reed die in een dikke bandenrace niet misstaan zou hebben. Maar wat een gein gaf dit alles. Boven het gezoem van de rondrazende wielen was dan ook regelmatig een heerlijk klaterend lachsalvo te horen. Het was fun in optima forma.

En dat ging zelfs tijdens de tweede pauze nog gewoon door. Nog niet uitgeblust bliezen de Veldboeketiers onder aanvoering van een ouwe stoomlocomotief even stoom af in een soort van treintje. Nee, niet Trijntje Oosterhuis; meer een treintje Zuijderwijk. Tinus haakte bij Ton aan, waarna de andere veldboeketiers vrolijk volgden en met zes man als een brak boemeltje over het veld tsjoekten, daarbij vrolijk de Koos Alberts klassieker zingend: Hoofd, schouder, wielen, frame, wielen, frame. En toen ving de derde helft aan. Nee niet zoals gebruikelijk in de kantine, die hielden ze wijselijk gesloten, maar gewoon op het veld om nog een keer die euforie van dat zo attractieve rolstoelhandballen mee te maken. Nu begonnen de Veldboeketiers wat meer los te komen. Djon scoorde fraai. Tim volgde na 36 jaar voor het eerst het voorbeeld van zijn vader en produceerde een loepzuivere lob. En zelfs Tinus scoorde, maar dat was vooral omdat keeper Yves even afgeleid werd door de fotograaf waardoor het doel één gapend gat was. Zelfs voor Tinus in een rolstoel niet te missen. Lachend stak hij zijn duim op naar hoffotograaf Dick, die als een razende reporter letterlijk flitsend over het veld liep en weer zo’n 100 actiefoto’s schoot. Met gevaar voor eigen leven slalomde hij tussen de wervelende rolstoelers door, om maar de meest spectaculaire plaatjes te kunnen schieten. En daar kreeg hij alle gelegenheid voor, want in een combinatie van jeugdige overmoed, de Veldboeketiers eigen, getemperd door hun eigen- en de rolstoelmetaal-moeheid, werden er de raarste capriolen uitgehaald. Als eerste was het Roy die in de slipstream van zijn speelse teamgenoten plat op zijn rug achterover ging. Dat hij daarbij op zijn achterhoofd viel had gelukkig geen consequenties. Dat was hij toch al. Daarna volgde een sneaky schot van Lenie op de paal en een venijnige verrassingsgoal van Vera, wiens blozende wangen door menig opponent voor een stoplicht aangezien werden. Vlak daarop was het weer Jordy die na een flukse manoeuvre onderuit schoot, indachtig de Status Quo klassieker; Roll over, Lay down. Ook hij was na enige ruggespraak weer op de been. Vervolgens ging Yves onhoudbaar in de wielen en gooide zo hard langs Djon het doel in dat Djon nog dagenlang met een Jules Deelderkapsel rondliep. Hierbij kon Tinus natuurlijk niet achterblijven. Net niet bij de bal kunnend, dook hij als een burnin’ stuntman zijn stoel uit, waarbij hij nog net op de been bleef. Maar toen ook hij luttele minuten daarna eveneens achterover klapte vonden de scheidsen het welletjes. Voordat er bij al dat gestunt en gestuntel ongelukken konden gebeuren bliezen zij af. Ten slotte heb je bij rolstoelhandbal geen stand-ins voor zulke stunten, wat, wanneer je daar goed bij stil staat uiteraard logisch, zo niet onmogelijk is. Dik voldaan en met grote Smiley’s op alle facies reden wij na een enerverend handbalfeest het veld af. Het was een wedstrijd die alles in zich had waar teamsport voor bedoeld is. Eentje die van begin tot eind op rolletjes liep.

Ton

Uitleg over Rolstoelhandbal

Rolstoelhandbal wordt gespeeld op een normaal handbalveld. Echter in plaats van zes man en een keeper bevinden zich naast de keeper, of liever gezegd voor hem, slechts vijf veldspelers. Dit om elkaar niet te veel in de wielen te rijden. Ook het doel heeft de reguliere afmetingen. Voorheen werd dit wel 40 cm. verlaagd, omdat een zittend persoon niet bij de twee meter hoge lat kan en uiteraard enigszins moeite heeft met omhoog springen. Om echter meer doelpunten te laten vallen en daardoor het spel attractiever te maken, wordt de dwarslat er nu uitgelaten. Dat daardoor elke in de kruising en pal onder de lat geplaatste bal er op zeker in gaat, omdat de keeper daar doodleuk niet bij kan, is jammer voor die keeper, om niet te zeggen frustrerend, echter hij zit daar vrijwillig voor zijn eigen plezier en moet dus niet klagen.
Als men de bal in handen krijgt mag er twee maal gepushed worden. Pushen is het met de handen aandrijven van de wielen en is het equivalent van de drie passen bij handbal. Daarop kan men de bal spelen of tippen, waarna je nogmaals twee keer mag pushen. Daarna dient men de bal te spelen. Tijdens het pushen moet de bal in de schoot liggen. Als de bal in de schoot ligt mag die door de tegenspeler, al dan niet tijdens het pushen, gepakt worden. Rolstoelhandbal is een gemengde sport, wat inhoudt dat er zich spelers van beiderlei kunne op het veld bevinden. Zodat dit bal veroveren tot al dan niet gewenste intimiteiten kan leiden. Er is een geval bekend van een pervers manspersoon die de bal trachtte te pakken bij een tegenspeelster, nadat de bal al lang haar schoot verlaten had. Dit nu valt onder mispush, hoe paradoxaal dat ook mag klinken, en is derhalve verboden.

Het is overigens een algemene misvatting dat rolstoelhandbal alleen voor rolstoelers pur sang zou zijn. Het oogst dan ook verbazing dat een groot deel van de rolstoelsporters wandelend de sporthal betreedt en verlaat. Rolstoelhandbal is niet alleen voor hen die aan een rolmobiel gekluisterd zijn. Het is voor iedereen met een fysieke beperking, waardoor zij niet meer aan reguliere handbal mee kunnen doen. Het is niet direct zo dat wanneer je een ingegroeide teennagel hebt, of behept bent met bijvoorbeeld voetschimmel, waardoor je teamgenoten niet meer met je willen douchen, dat je dan maar in een rolstoel kruipt. Echter wanneer je door welk lichamelijk ongemak dan ook niet meer kan handballen is dit de ideale oplossing om toch je favoriete sport te bedrijven. Uiteraard is het wel een pre om zwaar gehandicapt te zijn. Het is ten slotte voor de toeschouwers altijd een spectaculair gezicht om bijvoorbeeld iemand zonder armen te zien handballen. Want met de voeten iets doen mag bij deze sport nu eenmaal niet, ook al ben je nog zo vaardig met het breien met je tenen en al kun je er niets aan doen dat je toevallig geen handen hebt. Ook het met een roodwitte stok over het veld tasten om te voelen waar de cirkel is, kan een aanbeveling zijn om lid te worden van onze club. Maar het kan natuurlijk ook minder rigoureus. Zo heb ik mij aangemeld omdat ik tien duimen heb, waardoor ik 35 jaar in het veld hevig in de weg gelopen heb, voor ik uiteindelijk mijn oplossing in deze prachtige tak van sport vond. Hoe vaak heb ik tijdens mijn wedstrijden niet iemand langs de kant horen verzuchten; “Als ik die jongen zie handballen ben ik spontaan geneigd om te doneren aan de gehandicaptensport.” Wat ben ik dus blij dat ik nu mijn dreamteam gevonden heb.

Er is overigens een grote diversiteit in sportrolstoelen. Van krakkemikkige, tegendraadse rolmobielen tot supersportieve, aerodynamische racemonsters. Onlangs op een toernooi pochte een man tegen mij over zijn sportuitlaat. Toen ik hem daar nieuwsgierig nadere uitleg over vroeg, antwoordde hij mij dat ze dat in medische termen een katheter noemen, waarna hij klotsend van het lachen met een heupwiegende stoelgang het veld weer in reed. Ja, er is veel humor onder rolstoelers. Zo sprak ik laatst onze keeper, die een beenprothese heeft die tijdens de wedstrijden aan de kant staat toe te kijken. We hadden het over bovenvermelde frustratie van het niet bij de kruising kunnen. Breeduit lachend zei hij toen; “Dan neem ik toch gewoon mijn prothese in mijn hand en sla daar de ballen mee uit het doel.” Ook worden sommige rolstoelers soms helemaal één met dat zo broodnodige verlengstuk van hun lichaam. Zo had diezelfde keeper, onze rots in de branding met de naam Arie, een ontsteking in zijn binnenband waardoor die bij het ventiel helemaal uitpuilde. Slechts luttele dagen later kreeg Arie zelf een ontsteking in zijn been waardoor hij in het ziekenhuis belandde. Dat was natuurlijk geen toeval. Sterkte Arie. Kom gauw weer terug, we kunnen je niet missen. En tot slot, nu we toch even serieus bezig zijn nog even de hamvraag. Want zoals hier eerder beschreven is rolstoelhandbal een gemengde sport en wordt deze vraag altijd bij gemengde sporten gesteld. “Douchen jullie ook gemengd?”
“Ja,” is hierop mijn antwoord. “Wij douchen inderdaad gemengd. Maar we houden wel onze rolstoelen aan.”

Ton

1ste ADA STAM Rolstoeltoernooi

1ste ADA STAM ROLSTOELTOERNOOI
Gedurende het toernooi drong het besef pas tot mij door, dat ik vandaag eigenlijk aan iets unieks meedeed. Het was niet alleen het eerste Ada Stamtoernooi, maar ook het allereerste officiële rolstoelhandbaltoernooi in Nederland. Een primeur dus. En buiten dat; omdat nagenoeg alle rolstoelhandbalverenigingen uit Nederland present waren, was dit mijns inziens dan ook nog derhalve een officieus Nederlands kampioenschap. En ik vond het allemaal al zo fantastisch. De gezellige sfeer, de hele entourage. Tot voor vier weken had ik nog nooit in een rolstoel gezeten. Mijn benen wilden al enige tijd niet meer en ik ging er nog steeds van uit dat dat van voorbij gaande aard zou zijn. Dat ik ooit weer zou joggen. Echter voorlopig was dat niet aan de orde en, bijna niet meer mobiel met mijn benenwagen, rolde ik zomaar spontaan de rolstoelsport binnen. En, waren de drie trainingen en onderlinge wedstrijdjes onder leiding van Birgitte en Nicole al een heerlijke ervaring, nu mocht ik ook nog met een toernooi meedoen. In Castricum.
Het was één groot feest. Van de gemoedelijke opening tot aan de feestelijke prijsuitreiking. Van 11 tot 4 passeerde er een keur aan sportieve en attractieve wedstrijden, waarin gastheer CSV duidelijk de meest ervaren en sterkste tegenstander was. Echter de andere vier ploegen: SEW, HCB ’92 en onze eigen Quintus delegatie van maar liefst 2 teams, maalden er niet om dat CSV met de wisselbeker aan de rol ging. Eenieder speelde zijn eigen heerlijke wedstrijd op eigen niveau en zeker wat onze teams betrof stegen wij meteen al boven dat niveau uit. De trainingen wierpen hun vrucht af en net zoals de andere teams speelden wij dat de vonken van onze spaken vlogen en hadden daar een enorm plezier in. En dat gold voor alle deelnemers. Het spelplezier spatte er van af en dit eerste rolstoelhandbaltoernooi was dan ook een gigantisch succes wat nog veel navolging zal vinden. CSV, met ook nog enkele keren Ada Stam zelf in het doel, werd dus 1ste, SEW werd 2de en HCB ’92 derde. En de beide Quintusteams, waarvan een groot deel van de spelers nog qua dit sportonderdeel in hun kinderwielen staat, eindigden allebei in de top 5 van Nederland. Een puike prestatie dus en ondanks ons motto: Meedoen is belangrijker dan een lekke band, toch iets waar wij met z’n allen erg trots op konden zijn. Wat mijzelf betreft; ik zou bijna hopen dat mijn benen niet verbeteren. Ik zou die rolstoelsport, maar vooral de hele fijne sfeer die daar omheen hangt, niet graag meer missen. Graag tot een volgend toernooi.

MET QUINTUS AAN DE ROL
‘s Morgens om negen uur werd er verzameld en werden de rolstoelen ingeladen. Dat was nog een hele toer. Alle stoelen werden van hun wielen ontdaan en, zo goed en kwaad als dat ging, in de bus gepropt. Ondanks de prima samenwerking van de inladers vereist dat enige ervaring en dat was nu net wat ons ontbrak. Echter alles kwam heel aan in Castricum waar wij ons eerste toernooi zouden spelen, al waren we wel helaas het voor Yves zo belangrijke kussen vergeten. Met 18 rolstoelers en 3 man begeleiding/supporters, betraden wij de hal waar reeds een ontspannen, prettige sfeer heerste. Overal om het veld stonden de rolstoelen opgesteld. Klaar om in het strijdperk gereden te worden. Hoewel een aantal deelnemers aan hun rolstoel gekluisterd was, was het merendeel toch nog goed genoeg ter been, al dan niet kunstmatig, om nog wat gespannen rond te wandelen. Onze vereniging Quintus Westland was vertegenwoordigd met 2 teams en het eerste team beet het spits af tegen HC Boxtel ’92. Een wat meer ingespeeld team dan het onze waarvan wij dus verloren, maar waarbij al gauw duidelijk werd dat wij elkaar al heel leuk weten te vinden. Ondanks dat wij 2 min of meer willekeurig ingedeelde gelegenheidsteams vormden, lieten we al enige aantrekkelijke combinaties zien, die Rob en Wilma met gerichte schoten af wisten te ronden. Team 2 speelde tegen grote favoriet CSV en deed dat voortreffelijk. Hierin waren William en Leo de topschutters die alle vijf de doelpunten maakten en er werd maar nipt verloren. Dat Will hierbij mandekking kreeg, was voor hem na een glansrijke handbalcarrière niet geheel vreemd, maar dat dat nu door een stalkende vrouw gebeurde, deed zijn meegereisde dochter wel even bedenkelijk kijken.

In de tweede match van ons eerste mocht Ton de stoel van Birgitte lenen en dat gaf hem zo’n boost dat hij als een witte tornado over het veld raasde en voor een 2-1 voorsprong zorgde. Echter ondanks de drive waarmee onder andere Wilma speelde en een werkelijk fenomenaal gerichte goal van Romè dolven wij ook tegen SEW het onderspit. Maar ons samenspel en balinzicht werden almaar beter en ook ditmaal werden we zeker niet afgeschoten. Nu mocht ons tweede tegen Boxtel. Wij startten furieus en haalden voor een tel alles uit de box waardoor wij 2 – 0 voor kwamen. Cynthia wervelde over de cirkel als een rolstoeldanseres en na een fraaie pirouette ging haar listige schot er helaas net via binnenkant paal uit. Dit werd aangezien door haar continu vrolijk lachende zus Kelly, die een bal slim doorspeelde naar Roy die daarop zijn debuutdoelpunt maakte. Dit vond hij zo leuk dat hij, terwijl Leo hem tactisch vrij speelde, dit kunststukje gewoon herhaalde. Onderhand zat Erik zeer rustiek in zijn doel, maar liet intussen wel zijn handjes wapperen. Het was het enige wat aan hem bewoog, maar het was voldoende. In de rolstoelgangen werd hij al gauw “de Handjesman” genoemd, want door telkens even in een snelle reflex slechts zijn hand op te lichten wist hij heel wat ballen te keren. Het werd dus weer een kleine nederlaag, waar wij ons zeker niet voor hoefden te schamen. We zagen onszelf almaar groeien en begrepen nu al dat als het vandaag niet zou lukken, er in alle spelers nog heel wat perspectief zit.

Wat groeien betreft: ik denk niet dat Arie dit nog zal doen. Hij was nu al de reus van het toernooi en hij keepte dan ook reusachtig. Met zijn reikwijdte van een Boeiing 747 beslaat hij de hele breedte van zijn doel en kan hij slechts gepasseerd worden als er in de kruising gemikt wordt. Hij had de pech dat ze dat bij CSV als specialiteit hadden, nog afgezien van het feit dat zij met hun razende routine vele breaks reden. Even gloorde er voor ons hoop toen er met een luide knal de band van één van hun rolstoelen sprong, echter het gaf schijnbaar de rest van het team alleen maar aanleiding om nog meer uit de band te springen en zij gooiden alle remmen los. Hun sterkste troef echter was hun keepster Joyce, een oud-westlandiahandbalster die nagenoeg onpasseerbaar bleek. Ons lukte dat slechts 2 keer. Eén keer door Wilma, die met een zeer arglistig, zo niet lullig balletje Joyce op het verkeerde wiel zette en gelukkig was toen ook onze troef Yves weer terug. Met zijn onnavolgbare linkse directe bracht hij onze totaalscore in deze wedstrijd op 2. Maar belangrijker was dat Yves er weer bij was. Hij was de hele tijd misselijk geweest en ware het niet dat hij van Afrikaanse origine is, had hij zo wit gezien als een vaatdoek. Echter nu was ons dat niet opgevallen en pas nadat hij zijn ongesteldheid er uitgebraakt had, hadden wij door dat hij niet in orde was. Nu leek dat gelukkig beter te gaan. Echter de hoop dat hij zijn grote talent als onze snelste rolstoeler en schutter nu in kon zetten, werd al gauw weer de grond ingeboord. Wij hadden vergeten zijn kussen in te laden, waardoor hij met zijn prothese zeer ongemakkelijk zat en eigenlijk geen been had om op te staan. Hij bleef zijn zeer aanstekelijke jongenslach behouden, maar zijn ongemak speelde hem dermate parten dat hij vandaag helaas bij lange na niet zijn grote talent ten toon kon spreiden. Maar dat gaat bij een volgend toernooi zeker gebeuren.

En toen was het de match van de Titanen. De derby der Westlanden. Onze beide, zo harmonieus spelende teams tegen elkaar in een beoogde broedermoord. Maar daar wenste vooral keeper Arie niet aan mee te werken. Hij zag dat zijn team excelleerde en al gauw met 2 – 1 voorstond, na enig briljant samenspel van onder andere Lenie, onze linke linkerhoekspeelster die haar ballen zeer bekeken aanspeelde, en Tineke, die bedaard ballend haar jarenlange handbalervaring niet verloochende. Dat samen met zowel een lob van Rob als een van Ton leek de nekslag voor ons tweede team ondanks het weer flitsende handwerk van Erik. Echter de menslievende Arie kon het niet aanzien dat het team van zijn trainster en coach Birgitte van hem zou verliezen. Het was dan ook tekenend voor zijn loyaliteit dat hij zo’n vier meter naast zijn doel de bal uit gooide en dat recht in de handen van tegenspeler William deed, die de bal zo in het lege doel kon lepelen, ondanks dat Ton dat nog trachtte te verijdelen. Maar die raakte met zijn baard in zijn spaken verward en kon niets meer doen. Toen ook even later Birgitte zelf, uit het goede Eekhout gesneden als zij is, Arie met een verzengend schot van zijn sokken gooide, wat nu ook weer niet zo moeilijk is, hij draagt ten slotte maar één sok, ging hij definitief door de knie. Letterlijk en figuurlijk, want hij kapseisde met zijn keepwagen waardoor hij daar uit viel en even vervaarlijk bleef balanceren, tot hij door helpende handen weer op de been geholpen werd. Daarmee was ons tweede definitief aan de winnende hand en ondanks fanatiek stoorwerk van Björn die zich als een tijger in de bal vastbeet trok het tweede toch, zei het uiteraard geflatteerd, aan het langste eind.

Hierna was voor 2 nog de wedstrijd tegen SEW. Maar onze helden hadden zich in hun Westlandse derby totaal leeg gespeeld. En dat bleek ook wel. Roy viel van vermoeidheid steil achterover in zijn rolstoel. William reed zich vast op een bal die zich onder zijn wiel klem zette en terwijl SEW op volle toeren draaide, werd ons tweede lelijk in de wielen gereden. Er was nog een zeer fraaie score van Cynthia, die het op haar C.V. heel goed zal doen en Vera streed met al haar frivole fanatisme voor wat zij waard was, maar zij had de pech dat de keeper een spaak in het wiel stak. En dan was er nog Robin, relaxt rollend, steeds weer de juiste positie kiezend om zijn kiene ballen aan te spelen. En ondanks dat Wilma deze laatste wedstrijd nu bij het tweede meedeed, waarmee het team samen met Wil’s kracht nu dubbele Wil-power had, nam SEW een loopje met ons en werd ook deze game glansrijk verloren. We waren vierde en vijfde geworden. Maar wat een heerlijke dag hadden we gehad. Wat een prachtige wedstrijden hebben we gespeeld. Wedstrijden die lieten zien dat wij nog heel wat in onze mars hebben. En dan de harmonie en de teamspirit in onze groep. Het was allemaal genieten in optima forma. En dat, terwijl wij over zowel een aantal jongste als oudste spelers beschikten, vergeleken met de andere teams. Een ideale combinatie van jong, gretig talent en riante routine. Dit belooft nog wat voor de toekomst. Zeker onder de enthousiaste leiding van Birgitte die voor ons nog een aantal extra trainingen geregeld heeft. Na 35 jaar gehandbald te hebben, heb ik het gevoel dat ik nu pas echt op handbal ZIT. Dus wat mij betreft: keep on pushin’.

Ton

Opa's 3e handbaljeugd

Zomaar een praatje tussen twee oud-handballers in de Pijl. Ex-handballers die niet gestopt zijn omdat zij het spelletje niet meer leuk vonden, doch omdat hun benen niet meer sterk genoeg waren om de weelde van die mooie sport te dragen. De één; William van der Ende, bij wie de enige tekenen van niet meer piepjong zijn, een ietewat terugwijkende haargrens is, en de ander; Ton Zuijderwijk, een op het oog nog krasse knar, bij wie de eerste grijze haren in zijn baard verraden dat ook hij, zij het nog maar nipt, het Vrolijke Veldboeket ontgroeid is. Een vrolijk Veldboeket waar beiden ooit glorieus in floreerden. ( zie hieronder: Uit de oude doos 1) Ton vertelde Will dat hij het jammer vond niet meer te kunnen handballen. Volgens hem zou hij nog makkelijk in Heren 1, zoals dat de laatste weken speelde, mee kunnen draaien. William knikte begripvol en lachte daarbij zijn veelzeggende, ietewat gemene lachje, u allen welbekend. ‘Dan kom je toch bij ons rolstoelhandballen,` zei hij.
Ton keek hem verbaasd en argwanend aan. Rolstoelhandballen? Het was toch geen 1 april? Nee, dat was de dag te voor geweest. Zou Will toch al aan het dementeren zijn? Maar William ging lachend verder. ‘Ja, dat doe ik sinds enige tijd bij Quintus. Samen met Wilma Reincke. Hartstikke leuk joh. Elke donderdag van zes tot zeven. Als je het leuk vind kom ik je donderdag ophalen.`

De volgende ochtend lag ik versuft in mijn bed bij te komen. Het was weer veel te gezellig geweest in de Pijl. Oh ja, ik had met William gesproken; over rolstoelhandbal. Heb ik dat nou gedroomd, of was dat echt? En heb ik serieus gezegd dat ik mee zou gaan? Ja, dat moet haast wel. Zo dronken was ik nou toch ook weer niet dat ik mij dat alleen maar inbeeldde?
Donderdag om vijf uur belde Will op. ‘Heb je er nog aan gedacht?` Ik stond al klaar in mijn vooroorlogse trainingspak dat ik aan de teleurgestelde motten ontrukt had. Ondanks mijn onwillige benen, trappelend van voorpret. Ik zou weer een balletje gooien. Wie had dat ooit kunnen denken. En dan nog wel bij Quintus. Dat was helemaal onvoorstelbaar. ( zie hieronder; Uit de oude doos 2)

De Quintushal was verdeeld in twee helften. Op de ene helft werd er door de C-jeugd getraind. De andere helft was voor ons. Met Will en Wilma binnen wandelend zat daar een aantal rolstoelers al te wachten. Enkelen in hun scootmobiel en anderen al helemaal gereed in hun sportrolstoel. William dook het materiaalhok in en wij als minder invalide, maar toch ook minder valide, zetten de overige rolstoelen klaar. Er waren er precies genoeg zodat ik meteen mijn eerste zitting kon doen. Alles gaat er nog redelijk provisorisch; de rolstoelclub zit nog in haar kinderwielen en het materiaal loopt nog niet helemaal op rolletjes. Zo klapte bij mijn mobiel steeds de voetensteun op de grond, wat mij een mooi excuus gaf voor mijn onbeholpen manoeuvres. Toch wende het rijden en sturen op zich snel. Na enige testritten was ik klaar voor de eerste training die door coördinatrice Birgitte werd gegeven, daar de vaste trainster er niet was. We reden en gooiden ons warm en daarna moesten we ons aan de zijkant verzamelen. De opdracht was: De bal voor je uit rollen, hem achterna gaan, halverwege oppikken en dan de rest stuitend volbrengen.

De bal voor me uit rollen ging nog aardig. De overige taken bleken wat problematischer. Vooral het stuiten, waarbij je dus maar met één hand je rolstoel kon “pushen” , waardoor hij meteen de bocht omzwenkte. Dit was simpel op te lossen, zei Birgitte, door beurtelings links en rechts te stuiten en eveneens om en om je wielen te pushen. Na enige malen de training van de C-jeugd verstoord te hebben door daar dwars doorheen te zwieren, wat uiteraard aan mijn rolstoel lag en niet aan mij, kwam ik tot het besef dat dit toch niet zo eenvoudig was. Maar toch hoop ik deze techniek binnen enkele jaren meester te zijn. Ik ben nu eenmaal een optimistisch mens. Daarna deden we een estafette zonder bal. We stelden ons in teams van vier, in vier rijen op en raceten zo snel mogelijk heen en weer. William had de beschikking over een echte sportrolstoel, nog wel niet met spoilers maar wel met van die aerodynamische schuine wielen en hij schoot er met een rot rolstoelgang vandoor. Ook Wilma, in een andere rij, had het wheelen al helemaal onder de knie, wat voor haar extra prettig is omdat dat juist het ledemaat is waardoor zij gehandicapt is. Wat mijzelf betreft; Ons team werd laatste. Maar toen ik nog als enige op het veld op de finish af waggelde kreeg ik wel een, weliswaar niet staande maar toch spontane ovatie. Van de onderlinge rolstoelhandbalwedstrijd die daarop volgde heb ik, nu in mijn derde handbaljeugd, geweldig genoten. En met mij ook alle anderen, want deze sport geeft vooral een enorm spelplezier. Maar over wedstrijd en spelregels de volgende keer meer. Keep on pushin’.

Ton

Oliebollenballendollen

Oliebollenballendollen

Wat was het weer ontzettend gezellig en geslaagd, ons traditionele Eindejaars oliebollenballentoernooi. De dames trapten om elf uur af in een heerlijke mix van de bloem van de vereniging, samengesmolten met oudleden die toch wel besuikerd zijn dat zij veel te vroeg met handballen gestopt zijn. Want wat een talent loopt daar nog tussen. En wat een plezier hadden zij weer in het spelletje. De Marieke van der Wal’s duikelden over de Yvette Broch’s heen. De Kelly Dulfer’s en de Danick Snelders snelden over het veld en hoewel er slechts één team in het oranje kon spelen, leken het allemaal wel oranjespeelsters. We zagen de mooiste acties van een wervelende Manon Post, een keepende Sarah Hogervorst die een ware concurrente voor speelster Kim leek en een gigantisch binnenkantpaal doelpunt van Rebecca Witkamp, waar zelfs vader Geert om geglimlacht zou hebben, ware het niet dat hij met een ander team op tournee was.

Ook bij de Heren was het weer volop bal. Daar stond eveneens vooral het spelplezier en het onderling met elkaar dollen voorop. Jammer was het dat er op het laatste moment nogal wat spelers afvielen door ziekte en ongevallen, maar die plaatsen werden graag opgevuld door de echte handbalfetisjisten, die na nagenoeg elke wedstrijd rap van shirtje wisselden om dan enthousiast weer verder te gaan. Grootste pechvogel van de afmelders was wel legendarisch Vrolijk Veldboeketier Sander Slinkert die, vroeger fameus om zijn slingerworpen, dit graag eens aan zijn handballende dochters wilde demonstreren. Nog maar net speciaal nieuwe schoenen en broekje aangeschaft, werd hij door zijn teckel getackeld, waarbij hij zijn hand dermate blesseerde dat hij voor wat zijn droom comeback betrof de hond in de pot vond. Sterkte Sander, volgend jaar nieuwe kansen.

En er waren bij de Heren meerdere herintreders. Zo zagen wij bij de Oepelfloepen een speler die voor het laatst dertig jaar geleden in Marokko gehandbald had. En Wim Alsemgeest, vader van Eetje Wim jr., die ook al na zo’n jaar of twintig zijn rentree maakte. Tevens zat in dat team onze oudste keeper van dit toernooi, die van zijn eigen zoon een bal zo hard om zijn oren kreeg, dat hij daar nog trots bij keek ook. Meteen daarop nam hij echter wraak door op miraculeuze wijze een pingel van diezelfde Shuffle Djon er uit te schoffelen. Een paar dagen na die krachttoer zag ik zijn vrouw. ‘Is jouw Dick nog stijf?` vroeg ik haar meelevend, vanwege zijn acrobatische kunstjes. ‘Nee hoor,` schudde zij resoluut haar hoofd, ‘daar heeft hij nooit last van.`

En de sfeer in de hal werd almaar gezelliger en vrolijker. Scheidsen Ivo, Corry, Wim & Ton liepen te fluiten van plezier en nadat omroepster Hennie de microfoon aan MC Thijostie had overgegeven, wist onze lange gangmaker menig capriool in het veld van zijn sappig commentaar te voorzien. Ja, hij praatte inderdaad met consumptie, die in een snoepdoos voor hem en Karin stond. Toen dan ook ene HaHa als enige van zijn team de Eupelfleupen nog niet gescoord had, beloofde MC Thijostie deze hansworst, die evenals hijzelf onderwijzer is dan van boven, een snoepje als hij ook zou scoren. Het is algemeen bekend dat Hans een ouwe snoeperd is en meteen zette hij zijn hakken erin en scoorde 9-3. Toen hij zich daarop bij de omroeptafel meldde bleek Karin opeens met een lege doos te zitten en Hans keek of hij zijn laatste oortje versnoept had.

Onderhand was Herentrainer Carel ook bij het tafeltje aangeschoven, zich continu verbazend dat zijn selectiespelers zo mogelijk nog meer kansen misten dan in de competitie. Doch ook hij paste zich onmiddellijk aan de geestdrift van MC Thijostie aan en genoot met volle teugen van al het fraaie en frivole dat er te zien was. Ook toen tijdens een dameswedstrijd luid door de Pijl klonk van; “Ik heb zo’n last van herten in mijn tuin,” swingde hij vrolijk mee en dacht intussen; “Last? Ik heb er helemaal geen last van. Ik zie alleen maar leuke reetjes in het veld. Wie heeft daar nou hinde ® van?”

Omdat de Dames maar drie wedstrijden hadden, was er voor hen een finale ingepland. Vooral tussen de nummers 1 en 2 werd dat een bloedstollende match. Was het niet alleen door de fanatieke inzet dan wel door het commentaar van MC Thijostie die de wedstrijd verbaal tot een ongekende spanning opvoerde. Uiteindelijk waren het de Oranjedames, die dat uiteraard aan hun stand verplicht waren, die met één puntje verschil het publiek nog meer in extase brachten. Daarna waren er nog vijf herenwedstrijden, waarvan de één nog attractiever was dan de ander. Al begon het vorderen van de dag voor sommigen wel zijn tol te eisen. Menno maakte een fantastische luchtsprong die hij tot in het perfecte ingestudeerd had. Helaas was hij in het landen wat minder bedreven waardoor hij met een gekneusde enkel het veld moest ruimen. Ook Johan moest inzien dat het voorzitten van zo’n gezellige vereniging heel wat minder inspannend is, dan het spelen met die jongens. Onze man met de hamer kwam de man met de hamer tegen en was in de laatste wedstrijd niet alleen voor- maar ook nog kantzitter. Maar ook zijn plezier was er zeker niet minder om.

Evenals dat van de Heren A-junioren. Voor het eerst acterend tussen de grote mannen deden zij dat fantastisch. Ze speelde op alle fronten heerlijk mee en hielden zich prima staande. En als er dan al één was die even aan de noodrem moest trekken, had hij altijd nog het geluk dat de scheids dit met de tante der liefde bedekte. Helemaal in de geest van een gezelligheidstoernooi, waarin het geen appelflap uitmaakte of je won of verloor, als je maar leut had.

En dat had ook Esther uit Dames 1. Nog niet geheel bevredigd met haar eigen dames wedstrijden, speelde zij ook nog menig wedstrijd met de Heren mee, waarin zij behoorlijk haar mannetje stond en toonde meer ballen te hebben dan menig Persoon langs de kant. En zo was het weer een heerlijk sportieve en vooral oergezellige Westlandiadag die in de kantine met in olie gebakken bitterballen en een enkel biertje voor de dorst nog lang na genoten werd. Toen ik na afloop langs de beheerder liep en daar op het informatiebordje voor de kleedkamers de aanduiding: Kleedkamer A: Floppen, Floepen, Fleupen en Kleedkamer B: Flippen, Fleppen, Flijpen zag staan, brachten deze ingekorte benamingen nog wel een rare associatie in mijn hoofd. Maar eenmaal thuis floepte al snel het licht uit en ik ging gauw naar bed voordat mijn vrouw begon te flippen.

Ton schouwer

HEREN A: Een lust voor het oog van de camera

HEREN A: Een lust voor het oog van de camera

Geïnspireerd door de prima wedstrijd van Heren 2, gecoacht door Arno, de vader van Luuk, begonnen onze A-junioren enthousiast aan hun partij tegen de rode duivels van de Treffers. Ondanks het gemis aan Boris en Sam Alleblas, welke laatste vanwege werkverplichtingen de bloemetjes aan het buiten zetten was, hadden zij er veel zin in. De vader van Djon, die samen met Titus ondanks hun ogenschijnlijk flegmatiek en relaxt bankgedrag die jonge horde vol vuur leidt, was er vandaag om een fraaie fotoreportage te maken. Iets wat aan deze mannen goed besteed was. Zij lieten een wervelende show zien, die menig spectaculair plaatje opleverde. Met een met het blote oog bijna niet volgen passeerbeweging penetreerde “kleine” Sam de vijandelijke defensie. Ook die kon hem niet volgen en wist hem alleen te stoppen door hem illegaal onderuit te halen. Guus ontfermde zich over de terechte pingel en voor de fotograaf zijn lens op scherp had lag de bal al in het net. Het was de aanzet voor een regen aan vele prachtige doelpunten die de keeper om zijn almaar roder wordende oortjes zou krijgen. Hoewel de Treffers in het begin nog aardig bij kon blijven door een razendsnelle Javaanse Jongen, die zowel in de linker- als in de rechterhoek de naam van zijn club alle eer aandeed, lieten onze Groentjes zien dat zij in dat treffen tussen rood en groen toch beschikten over het beste boerenfatsoen.

Met heerlijk samenspel werd onze hoek vrij gespeeld waar Dennis zo vrij als een Vink stond en die haalde met zijn linkse directe feilloos uit. Mede door weer twee slangachtige schijnbewegingen van Sam stonden de mannen van het duo ReichelEijk na een kwartier op 6-6. En toen vonden ze het tijd voor het echte vuurwerk. Ook Stef werd nu stijf in stelling gebracht en die deed dat zeker niet met de Franse slag. Met twee loeiers zette hij de fans in lichterlaaie en toen trokken zij echt van leer. De ene treffer was nog mooier dan de ander en de Treffers hadden het niet meer. Onderhand stond Mike te verdedigen alsof zijn tegenstander met paaseitjes gooide en als hij dan een enkele keer daardoor een pingel tegen kreeg, was daar altijd keeper Justin nog. Met dansende haren stond hij in zijn doel. Keerde daar helemaal in zijn eentje een pingel en ook bij een daarop volgende zat hij er weer heel goed bij; en die ging er maar just in.

Daarna was het weer Guus die op zijn stek op de cirkel fenomenaal aangespeeld werd, daar als een bruinvis met een spastische darm op dook en vervolgens de bal er listig in lepelde. Luuk keek eens omhoog naar de tribune, naar vader Arno en die knipoogde naar hem van : Dat kan jij ook. En zo geschiedde het. Ook Luuk werd ingenieus aangespeeld en gaf vanaf de cirkel de keeper zo’n zaaier om zijn oren dat die nog een week na suisden. En het werd nog veel erger voor die arme jongen. Vlak voor rust stond ons Groen Links, met maar liefst vier linkshanders in haar gelederen en zeker niemand met twee linkerhanden, met 15-10 voor. En toen iedereen al aan de pauze dacht kwam daar met een koene poging Koen als een duvel uit een doosje uit de hoek. En dat hij heel leuk uit de hoek kan komen, demonstreerde hij met een doelpunt waar de keeper zich de hele rust over zat te verbazen.

Na de rust, waarin coaches ReichelEijk er vooral op gehamerd hadden dat spelplezier bovenal telde, zeker omdat een lachend gezicht het op de foto’s van vader Dick extra goed doen, lieten de jongens zien dat zij dat graag ter harte namen. De handbalpret flikkerde in hun ogen en hun spel werd er almaar attractiever door. En als je ergens lol in hebt, komt dat de prestatie alleen maar ten goede. En zo ook bij de Heren A. De eerste helft hadden zij al A gezegd. Nu zou het nog Be-ter worden. Hoewel een ieder zich weer glansrijk liet gelden, waren het nu vooral de ontketende Stef en Daan die de arme Treffersgoalie aan een Post Traumatische Stress Stoornis zouden helpen. Stef gooide er drie op een rij in en in ene was daar ook Daan. Buiten dat die een weergaloze slalom maakte, om die met een vliegerachtige sprongworp af te ronden, en hij bij een andere goal zeer alert in startte, gaf hij enige zulk vernuftige aanspeelballen dat de coach van de Treffers zeer aangedaan verzuchtte: “Waar kom je vandaan, Daan? Waar kom je vandaan?”

Maar ook kleine Sam was nog lang niet opgebrand. Alsmaar omhoog kijkend, want hij miste “grote” Sam, zodat hij niet zoals gebruikelijk met hem SamSam kon doen, maakte hij het gemis aan zijn naamgenoot meer dan goed door weer een paar Alleblastig mooie goals. En zo werd het 24-14 en 29-17 en het publiek genoot met volle teugen van dit zo heerlijke spelplezier, waarin de mannen in het groen hun rode tegenstander groen en geel deden zien. Met een stierende stuiter legde Dennis weer een eitje in het nest van de keeper en direct daarna was hij er als de vinken bij om een briljante break af te ronden. Met nog een vlammend laag schot van Luuk en een schitterende solo van Daan werd de eindstand op 31-19 gebracht, waarna de mannen terecht een ovationeel applaus ondergingen. En ook fotograaf Dick vond het een plaatje van een wedstrijd, waar hij tijdens het avondeten met zijn zoon Djon nog lang over na praatte. En, zei hij, nog nagenietend, want hij likte juist wat vette jus van zijn bovenlip; “Gelukkig hebben we de foto’s nog.”

Ook ondergetekende heeft dermate van dit toekomstperspectief genoten dat hij hoopt dat ook de A-jongens allemaal met het oliebollentoernooi meedoen. Jullie worden sowieso automatisch ingedeeld. Dus als je niet kan moet je je wel even afmelden bij Ton 0174 625303 of hennieenton@hotmail.com. Wat trouwens voor alle spelende heren geldt. Voor niet spelende leden en oudleden en andere WPK-Westlandia gerelateerde sportievelingen die op 27 december mee willen doen: Geef je tijdig op. Al is het maar om eens met of tegen deze hierboven vermelde talenten te mogen spelen.

Ton schouwer

Dames 4 in het vizier

Dames 4 in het vizier

Na enige weken geleden enorm van Heren 1 tegen Gemini genoten te hebben, toog uw razende reporter de volgende dag naar de Hoge Bomen. Daar stond Dames 1 op de affiche en die wilde hij ook wel eens zien. Bij aankomst daar was ik verbaasd dat ik geen entree hoefde te betalen. Echter na afloop nog meer, want die wedstrijd was zo amusant en spectaculair, dat toch minstens het voldoen van vermakelijkheidsbelasting op zijn plaats zou zijn geweest. Echter toen pas had uw argeloze scribent het door. Dit betrof Dames 1 op het veld, de befaamde Wortelboerinnen van Coach Charl, die onder zijn bezielende leiding een fantastische wedstrijd neerzetten, die zij maar liefst met 23-9 wonnen.

0.-DS4Hongerig naar meer toog ik op 25 oktober naar De Pijl, alwaar de Dames onder het alias Dames 4 tegen de blommige meiden uit Hillegom moesten, om te zien of zij met die eclatante overwinning geen eendagsvliegen waren. En ik werd zeker niet teleurgesteld. Hoewel ik de avond te voor ook het echte Dames 1 aanschouwd had, dat weliswaar verdiend won, was de attractiviteit van de tomeloze inzet van Dames 4 en de amusementswaarde van hun ballorige escapades toch een stuk hoger. Om niet eens te spreken van hun rendement, wat dankzij de defensie onder regie van I.S., niet te verwarren met die eveneens moeilijk te passeren terreurorganisatie, en hun artillerie met o.a. Manon het Kanon, elke keer ongekend hoog is.

Ze begonnen zo furieus dat eer de Dames uit Hillegom enigszins aan de Westlandse lucht gewend waren, ze reeds tegen een 5-0 achtersprong aankeken. Terwijl Ilse S. haar doel zo schoon hield dat vader Henri’s brillenglazen er van fonkelden, knalden scherpschutters Stefanie, Esther en Odette er fanatiek op los. En toen was Maaike nog niet eens in stelling gebracht. En toen dat ook nog fenomenaal gebeurde, na een sprint gelijk een gazelle, hoorde ik naast mij iemand verzuchten; ‘Ah Maai, ah Maai.` Verrast keek ik opzij. Was dat een fan van Maaike?  Maar nee, het bleek gewoon een verdwaalde Belg die onthutst was door al dat vrolijke geweld in De Pijl.

En de Dames denderden maar door. Na ook nog een paar strakke aanspeelballen van Maaike, die zelf met de week ook strakker wordt, wist bij een 11-1 stand Hillegom toch twee keer achtereen de ongenaakbare Ilse te verschalken. Maar daar hadden zij wel beide keren een pingel voor nodig. Manon loeierde menige streep in de kruising. Helene wervelde met succes als een wentelteefje over de cirkel om daar dood en verderf te zaaien en Kim en Sabine stonden te verdedigen alsof ze door Charl zelf belaagd werden.

Bij rust was reeds een schitterende 15-5 score door scheids Kirby opgetekend en het kruit van de Wortelboerinnen was nog lang niet verschoten. Ook in de tweede helft zouden zij de Hillegommers peentjes laten zweten. Iets wat Charlie Wortel zelf niet deed. Onderkoeld zoals altijd zat hij aan de kant en gaf zijn tactische aanwijzingen. ‘Rust.` riep hij; ‘Rust.` Want als het te snel ging kon hij het allemaal niet meer volgen. En zelfs na de pauze bleef hij dat maar roepen. Vergeefs weliswaar, want luisteren deden zijn losgeslagen meiden natuurlijk niet. De ene break na de nadere werd door hen verzilverd en dat vond Charl toch wel goud.

Sharon scoorde magistraal vanaf de achterlijn en Odet liet met een supersprint zien zeker geen ouwe Bes te zijn. Het werd 23-8 en het werd 26-11, waarbij Maaike zo oververhit raakte dat Kirby O. haar even 2 minuten rust gaf voor zij ook K. O. zou zijn. Maar ook met zijn vijven waren de dames van vier van zessen klaar. Helene werd afgefloten vanwege cirkel, waarop Charl haar de wijze raad gaf, haar tenen in te trekken. Maar zijn Dames houden helemaal niet van tenenkrommend spel en bleven tot de laatste minuut keihard knokken, waarbij zij de fraaiste staaltjes instarten lieten zien en Hillegom helemaal op instorten stond. Met 28-12 werden die dames naar de eeuwige bollenvelden gestuurd en kon Dames vier fier het hoofd op houden. Indachtig hun motto: ‘Charl mag dan soms als een kanon zijn, wij zijn het elke zondag voor hem,` wat zij weer vol vuur waargemaakt hadden.

Ton schouwer

Vrijwillige Nieuwsgaring

Vrijwillige Nieuwsgaring

Afgelopen weken stonden vooral in het teken van de vele vrijwilligers en sponsors die bij Westlandia in de loop der jaren en zeker ook nu hun steentje, dan wel rots bijdragen. Riet_1Allereerst door het Erelidmaatschap van Riet Verbraeken, welk haar alsnog postuum toebedeeld werd middels haar zeer enthousiaste broer Piet. Een lovenswaardig en zeker zeer terecht initiatief van ons bestuur. Uiteraard dienen we vooral naar de toekomst te kijken, echter de mensen die in het verleden zoveel voor onze handbalclub betekend hebben mogen we zeker niet vergeten. En dat gebeurt dus ook niet, wat ook bleek bij de begrafenis van eveneens Erelid Ruud Alsemgeest, waar onze vereniging, ondanks dat Ruud al twintig jaar gestopt was met zijn grote verdiensten voor ons, hem in groten getale de laatste eer bewees.

sponsoravond_heren12Een week later was daar het moment dat onze voltallige Heren seniorenafdeling door een keur aan sponsors in het nieuw gestoken werd. Volgens voorzitter Laurens van de sponsorcommissie was het vooral een van zijn mede commissieleden die hier, als moeder van één van die Heren, een Lans voor gebroken had. Hoe dat ook zij,  dankzij inzet van velen werden de sponsors bereid gevonden en de mannen keurig van nieuwe clubtenues, trainingspakken en tassen voorzien. Dat ook hier wat familie aan meewerkte, zoals De Oude Hoeve bij Heren 1 en Berg Lisianthus en Kwekerij Meerrust bij Heren 2, is dan natuurlijk helemaal mooi. Bij Heren 1 is tevens G J Personeelsdiensten shirtsponsor, terwijl bij Heren 3 Grieks restaurant Akropolis fier op de borst prijkt. Alle tassen zijn gesponsord door Dekker van Geest en Arriba Sport en de trainingspakken voor alle heren door Sportcafé De Pijl en Elektravon elektrotechniek.sponsoravond_heren13 Het is een plaatje om de heren in hun fraaie outfit te zien en er werden dan ook diverse plaatjes van geschoten. Kleren maken de man, nu eens zien of de heren hiermee mans genoeg zijn om het voor allen zo succesvolle afgelopen seizoen een waardig vervolg te geven. Dat ze hun mannetje staan, weten we nu wel, maar kunnen ze zich ook staande houden?  Hoe dan ook; voorlopig staan ze niet in hun hemd.

GJ_personeelsdiensten Elektravon deoudehoevearriba1-200x150Kwekerij-MeerrustdekkervangeestAkropolisBerg_Lysianthus

En dan was er ook nog weer de zeer gezellige vrijwilligersavond. Westlandia handbal heeft het geluk over zeer veel enthousiaste vrijwilligers te beschikken. Gelukkig waren zij dan ook niet allemaal aanwezig in onze intieme kantine. Echter voor degenen die er wel waren was het bij de nodige hapjes en drankjes een heerlijk sfeertje waarin op verenigingsgebied ook heel wat genetwerkt werd. Ons bestuur liet zien dat zij ook echt barre bestuurders zijn, door voltallig achter de bar plaats te nemen. En onze penningmeesteres showde dat zij heus wel op de kleintjes let door als een ware handbalster met bitterballen rond te gaan die louter lucht bevatten. Echter niemand kwam wat te kort en we gingen nog lang vrijwillig door, want er was er niet één die er geen bal aan vond.

Tot slot nog even een compliment aan de mensen van de Nieuwsbrief. Die blijkt binnen korte tijd zo populair te zijn dat die zelfs door Giovanni van Bronckhorst gelezen wordt en hem bovenal ook inspireerde. Nauwelijks had de trainer van Feijenoord onze laatste Nieuwsbrief onder ogen gehad, of hij sprong daar enthousiast op in. Uit het stukje; “Trainen tussen de tomaten,” las hij over de; “weldoordachte strategie, genaamd “Chinese Muur.” Daar begeven vijf veldspelers zich op een rij naast elkaar, waarbij ze gearmd, en liefst daarbij een onheilspellend deuntje neuriënd, de cirkel naderen.”

Toen Gio over deze revolutionaire tactiek las, raakte hij terecht meteen dolenthousiast. En wat zagen wij bij de volgende wedstrijd van Feijenoord tegen PEC?. Juist, zes Feijenoorders die met de handen ineen juist zo een Chinese Muur vormden, dat PEC er geen gat meer in zag en niet tot scoren kwam, waardoor Feijenoord met 2-0 won.
“Feijenoord introduceert de ketting,” kopte het AD, met daarbij een grote foto van zes spelers hand in hand op het veld. Ja, maar wel via onze “kettingbrief.”
Waaruit maar blijkt:  Met de Westlandia Nieuwsbrief in de hand, verover je het hele land.

Ton

Trainen tussen de tomaten

Trainen tussen de tomaten

Geacht bestuur van Westlandia,

Dank u voor uw mail van j.l. augustus, waarin u mij, Arto del Figaro, vraagt met mijn, in uw eigen woorden; vermaarde expertise, uw onlangs aangestelde, nieuwe selectietrainers van enige adviezen en tactische tips te voorzien. Dit vooral omdat zij beiden, hoewel reeds gelauwerde oefenmeesters, nog geheel groen zijn in uw vereniging en zeker nog niet gewoon zijn aan de notoire “Westlandia mentaliteit”  Vooral dit laatste is voor mij een reden om uw verzoek te honoreren, waar ik in de loop der jaren al honderden van dergelijke aanvragen heb af moeten wijzen. Als ex-speler van onder meer H.V.G.D.S.V.P.A.U.B.C.P.H., Reaal Zevielja en bovenal oud bondscoach van o.a. Spanje, Portugal en de Verenigde Arabische Emeritaten, heb ik ooit ook enige tijd stage gelopen bij uw mooie club. Een tijd die ik niet gauw vergeten zal. Ik meen dat het eind jaren 70 was, echter dat kan ook half 1980 geweest zijn. Dat is mij even ontschoten. Wel herinner ik me uit die tijd een jong, stevig keeperstalentje. Ene Freggelaan of zo. Hij was echt een belofte en had slechts één makke en dat was dat hij altijd bij ballen uit de hoek zijn korte pootjes oplichtte. Het is één van mijn zeldzame frustraties dat ik dat er nooit bij hem uit heb kunnen slaan. En Dios is mijn getuige dat ik dat echt wel geprobeerd heb. Ik ben altijd van mening geweest dat zachte oefenmeesters stinkende scores maken. Doch dat is intussen lang geleden. Dat ventje is natuurlijk al lang, net als ik, met pensioen.

Echter wat betreft mijn ervaringsdeskundigheid met de Westlandia-instelling, wil ik er vooral op wijzen dat één van de zwakke punten van de Westlandia handballers is: het zo belangrijke handen omhoog houden in de verdediging. Westlanders steken graag de handen uit de mouwen, maar niet om ze alleen maar op te houwen. Dat weigeren ze consequent. Zij willen banen en speren met die handen en ze niet alleen maar lullig omhoogsteken als een machteloos gebaar. Echter daar had ik in mijn tijd al gauw een doeltreffende oplossing voor gevonden. Via een kennis van mij, ene meneer Holleeder, kreeg ik enige assistenten toegewezen die bij toerbeurt naast ons doel plaats namen met een automatisch pistool in de hand. Ze gaven slechts één waarschuwing. Bleven de handen dan nog niet omhoog, schoten zij. Tegenwoordig zijn de coaches daar wat soft in. Zij staan langs de kant met hun handen te gebaren, of laten hun begeleidster almaar roepen: “Handen, Handen” , zodat die aan hun eigenlijke taak niet meer toekomen. Dit werkt echter niet. Mijn advies is dus om zoiets rigoureus de kop in te drukken. Het heeft mij toentertijd enkele goede spelers gekost, die van de vereniging een eervolle begrafenis gekregen hebben, maar het had wel effect. Helaas hebben mijn voormalige assistenten elkaar in het vuur van hun spel daarna allemaal uitgemoord, echter er zijn tegenwoordig in elke gemeente wel een paar jihandballisten met een kalasjnikov te vinden die die sportieve taak graag overnemen. Wat ons meteen brengt bij de oplossing voor een ander Westlandia probleem en dat is het uitstappen in de verdediging. Ook hier gewoon; wie niet luisteren wil moet maar voelen. Gewoon neermaaien dat eigenwijze spul. Er is er maar een de baas en dat is de coach. En als zij dan echt van geen uitstappen willen weten, dan maar even een paar kogeltjes er aan wagen. Dan zijn ze zo uitgestapt.

Dit alles staat in mijn proefschrift; “Trainen tussen de tomaten,” waar ik toen op de handbaltrainersacademie cum laude op gepromoveerd ben. Helaas promoveerde Westlandia in dat jaar niet, bij gebrek aan spelers. Wat natuurlijk een vervelende bijkomstigheid was. Echter daar ben ik niet lang bij stil blijven staan en heb mijn carrière in volle glorie voortgezet. Iets waar ik meerdere standaardwerken over geschreven heb, die altijd zeer goed ontvangen werden. Ik heb er tenminste nooit een terug gekregen. Behalve dan van een voetbalclub in Portugal omdat er niet genoeg Porto op zat. Aangezien ik uw vereniging nog altijd een bijzonder warm hart toedraag heb ik hier tevens nog wat algemene, doch zeer innovatieve aanvalsstrategieën en trainingstips voor u. Deze zijn zowel voor de jeugd, als voor de selecties toepasbaar. Allereerst wil ik mijn roemruchte tactische aanval; “Mexicaanse Trein” even aantippen. Bij deze revolutionaire manoeuvre bewegen de zes veldspelers zich in ganzenpas, pal achter elkaar naar het doel, elkaar de bal steeds beurtelings achterwaarts doorgevend, waarna de voorste speler zich dan direct weer achteraan aansluit om de trein gaande te houden. Vlak voor de cirkel roept de dan voorste speler plots: “Chaos” waarna de trein als het ware explodeert en de spelers fluks alle kanten op springen, allen simultaan een sprongschot simulerend. De tegenstander, zich totaal niet bewust van waar de bal zich op dat moment bevindt, is in totale verwarring, waarop de gene die dan de bal in handen heeft eenvoudig kan scoren. Van een zelfde orde is mijn weldoordachte strategie, genaamd “Chinese Muur”  Nu begeven er vijf veldspelers zich op een rij naast elkaar, waarbij ze gearmd en liefst daarbij een onheilspellend deuntje neuriënd, de cirkel naderen. Onderhand bevindt de zesde veldspeler, buiten zicht van de verdediging, zich heen en weer tippend achter die muurformatie. Ook de verdediging zal zich dan, daartoe gedwongen, op een kluitje in het midden opstellen, waardoor beide hoeken geheel vrijkomen. Eenmaal bij het doel hoeft de reeds warmgelopen tippende speler niets anders te doen dan, of naar de linker- of naar de rechterhoek te sprinten, om van daaruit frank en vrij te scoren.

Dit zijn slechts enkele verfijnde doch in hun simpelheid o zo ingenieuze systemen die ik in mijn lange en zo prestigieuze carrière ontwikkeld heb. Helaas heb ik ze door omstandigheden buiten mijn schuld, nooit zelf uit kunnen voeren, maar ik doe ze u hier graag aan de hand. Zoals ook deze laatste aanvalstruc, de zogenaamde “Kudde Kunstgreep.” Hierbij verzamelen alle spelers zich in een hoek, de rechter of de linker, het is wel aan te bevelen allemaal de zelfde hoek te nemen. Daar hokken de zes samen en omdat mensen nu eenmaal kuddedieren zijn zullen ook de zes verdedigers zich daar heen begeven, waardoor zich daar dan een onoverzichtelijke kluwen bevindt, terwijl de rest van het veld compleet open ligt. Dan hoeft alleen maar de keeper zijn doel uit te komen, die uiteraard al heimelijk onderweg is, om de bal vanuit de wirwar aangespeeld te krijgen, waarna hij vogelvrij door kan lopen. Ja, handbal is altijd in beweging, als je er bij stil staat en daarom kan het natuurlijk ook niet zonder goede training. In uw brief schreef u mij vol trots dat er bij u in de voorbereiding drie maal per week getraind wordt. Ik hoop dat dit een toetsfout is en dat dat acht keer moet zijn. Drie keer trainen is uiteraard een lachertje, waar ik verder niet eens op in ga bij nader inzien. Natuurlijk bedoelde u acht keer.

Slechts dan en met navolging van mijn adviezen zult u de komende competitie wat bereiken. Ik wil niet helemaal uit de school klappen, ten slotte kunt u alles terugvinden in mijn gerenommeerde naslagwerken over handbal, maar één tipje van de sluier over mijn trainingen wil ik wel even oplichten. En wel betreffende de break-out. Eén van de meest onderschatte handbalexercities. Daar kan niet hard en niet vaak genoeg op getraind worden. Een speler die een break-out loopt moet niet alleen de bal aan zien komen; hij moet hem met al zijn zintuigen waarnemen en zich erop storten als was het zijn eerste slok water na 40 dagen in de woestijn. Bij voorkeur trainde ik mijn spelers dan ook door ze geblinddoekt en met de handen op de rug gebonden het veld in te laten rennen. Zij moesten de bal rúiken en hóren, en vooral proeven. Ik geef toe, het vereist enige oefening, echter daar zijn al die trainingsuren ten slotte voor. Maar als je het eenmaal onder de knie hebt, ben je zo meester over de bal dat je zonder er ooit nog bij na te denken elke bal zo uit de lucht lepelt en niet meer los laat tot hij in het doel ligt. Deze trainingsmethode staat bij mijn collega bondscoaches bekend als de “Figaro-special” al hebben zij hem zelf nog nooit toe durven passen. Door geblinddoekt de bal in de lucht te weten maak je dermate extra gebruik van je andere zintuigen dat je helemaal één met de bal wordt. En dat is nu precies de achterliggende gedachte.  De bal hangt in de lucht en je weet het. Je snuft, je spitst je oren en opeens heb je hem. Maar je hebt geen handen. Je spert je mond wijd open en je zet je tanden erin. Je vreet de bal als het ware op. En als je dat stadium eenmaal bereikt hebt gaat geen bal je meer te hoog. Dan kun je elke break, hoe onmogelijk ook aangespeeld aan. Gezien de begeleidende informatie die u mij gestuurd heeft moet die laatste handeling geen al te groot probleem vormen. Er zijn er, vooral bij de heren, genoeg met een grote mond.

Een ander specifiek aandachtspunt qua training, is de penalty. Het is een bekend gegeven dat een keeper altijd onwillekeurig naar de ogen van de pingelnemer kijkt. Ook daar heb ik, all rounder en perfectionist die ik nu eenmaal ben, de nodige studie over verricht en daar mijn training op gefocust. De conclusie is: scheel kijken. Zo gauw je met je linkeroog in de rechterhoek van het doel kijkt en tegelijkertijd met je rechter in de linkerhoek, dan heeft de keeper echt geen oog meer op wat je intentie is. Nu is niet iedereen loens van zichzelf, doch ook daar is weer op te trainen. Drie maal daags een half uurtje strak naar het puntje van je neus kijken tot je scheel van de hoofdpijn ziet is hiervoor de remedie. Het kost wat extra trainingsarbeid, maar als je het er voor over hebt, en welke speler heeft dat niet, dan kun  je de keeper lelijk op zijn eigen neus laten kijken. Ook kaart ik nog even het probleem bij u van de hars aan. De Westlandianen zijn harsverslaafd, schrijft u. Welk een enorme fout maken zij daarmee. Wat spelen zij daarmee hun tegenstanders in de kaart door hun harsgebruik. Dit dienen zij compleet af te schaffen. Sterker nog; zij moeten met groene zeep op de handen leren spelen. Laat ze voor elke training hun handen met groene zeep insmeren. Nog beter; Laat ze continu hun handen daarin dopen. Of zij nu trainen of aan het werk zijn. Met hun muis spelen, een hamer in de hand houden of een heftruck besturen, laat ze dat constant met dat glijmiddel doen. Het zal enige tijd vergen hier enigszins aan gewoon te raken. Doch eenmaal gewend aan die glibberige substantie, raak je eraan verkleefd. Kun je er niet meer van buiten en heb je het helemaal in de vingers. En dan, de bal voor de match ermee in smerend, zul je de opponent pas echt verrassen. Het zal ze niet glad zitten. Het schuim zal ze op de lippen staan als bij hen de bal steeds machteloos uit de handen glipt, terwijl uw spelers er mee omgaan alsof zij met groene zeep op de handen geboren waren. Dus; weg met de hars en gaan voor groen. Het zal de tegenstanders een zeperd geven.

Dit brengt mij trouwens nog op iets anders waar ik ook veel succes mee geboekt heb en wat tot mijn trots bij uw heren al toegepast wordt. De zo geheten “Dweilstrategie.” Een van uw spelers wiens vader bij mij in Spanje wel eens op studiebezoek kwam is daarmee reeds enige tijd aan het experimenteren, zo heb ik vernomen. Voor deze kneep is het wel noodzakelijk een zwaar zwetende speler in te zetten, doch in samenspraak met de sporthalbeheerder om de verwarming wat op te draaien moet zulks geen probleem geven. Wanneer de wedstrijd zich in een fase bevindt dat een time-out van node is, wat soms meerdere keren per match voor kan komen, laat u deze ernstig bezwete speler een doodsmak maken, waarna hij een wijl zieltogend op de vloer blijft peigeren. Aangezien er daarna dan gedweild dient te worden, bij voorkeur door een niet al te snelle of soepele begeleidster, kan men in alle rust even de gewenste time-out nemen. Het is slechts één van mijn vele briljante ideeën.

Rest mij tot slot nog even terug te komen op de verdediging. Staat die eenmaal zoals hiervoor beschreven als een blok met de handen omhoog, dan zal de opponent andere manieren moeten zoeken ter penetratie. Hij zal dan zo goed als zeker toevlucht nemen tot een schijnbeweging. Mijn advies is dan: Beslist niet in trappen. Gewoon domweg blijven staan en vervolgens heel hard, maar vooral heel hatelijk te gaan lachen om de poging van die speler. Hij zal dan onzeker worden. Zijn aderen zullen bevriezen van vertwijfeling en mits dit uitlachen overtuigend uitgevoerd wordt, ik heb uit uw info begrepen dat u bij de heren een cirkelspeler heeft die dit uitzonderlijk gemeen kan, zal die speler huilend naar de bank vluchten en nooit meer een schijn van een beweging op het handbalveld durven maken. Een andere, niet minder doeltreffende slimmigheid is de “Rode Zee split.” Wanneer de aanvaller aanzet voor een sprongschot, wijkt op een signaal van de keeper plots de gehele verdediging naar beide kanten uiteen. Waardoor de aanvaller volkomen onverwacht plompverloren een heel vrij doel voor zich heeft. Niets is verwarrender voor een in zijn systemen geprogrammeerde handballer dan ineens zo vrij voor de keeper komen te staan. Verbijsterd zal hij hevig gedesoriënteerd een pas te veel maken waarop ook die kans om zeep geholpen is. Een leuke variatie op deze strategie is die van “Vetertje strikken.” Hierbij gaat de hele defensie, weer op signaal, als één man door de knieën, om zogenaamd de veters te strikken. De aanvaller, met reeds in zijn hoofd de intentie om hoog op te springen, ziet dan in ene aan zijn voeten al die laag bij de grondse verdedigers en tevens het open doel voor zich. Totaal uit het veld geslagen zal hij confuus zijn actie geheel vergeten en struikelend en buitelend over het lage muurtje machteloos de cirkel in rollen. Succes verzekerd.

Dit nu, geacht bestuur en heren trainers, zijn slechts enige van mijn vele ingenieuze concepten om tot een prestatie van wereldformaat te komen. Helaas kan ik er via dit medium, in verband met hackers, niet verder op ingaan. Echter voor verdere raadgevingen en –plegingen kunt u mij gerust eens bellen. Verder verwijs ik u graag naar de door mij geschreven boeken, waarvan vooral; “De bal en ik”, “Ik en de bal” en “Als een balletje” enige van mijn vermaarde en veelgeprezen standaardwerken zijn. Ik hoef u geen succes te wensen voor komend seizoen. Volg mijn filosofie en u bent nu al kampioen. Alvast gefeliciteerd. Blijft u echter wel, zoals ik ook alle keepers altijd aanraadt, met beide benen op de grond staan,

Met sportieve groet,

Arto del Figaro